vrijdag 22 april 2011

19 Tour de Lombok

“He that is a traveller must have a back of an ass to bear all,
A tongue like the wagging of a dog to flatter all,
The mouth of a hog to eat what is set before him,
The ear of a merchant to hear all and say nothing”

Thomas Nasche [1567-1601]




Vrijdag 22 april: we zijn terug op Bali na een ‘Tour de Lombok’. Het was een ervaring, doch goed of slecht, we zijn er nog niet helemaal uit. In ieder geval heeft Lombok indruk nagelaten. Omdat het overgrote deel van de bevolking praktiserend Moslim is en het eiland een pak minder toeristen te slikken krijgt in vergelijking met reisparadijs Bali, reageerden de mensen opmerkelijk anders op onze doortocht op ongemotoriseerde tweewielers. Ach ja, je kan je ook afvragen waarom iemand zoiets doet, daar fietsen in de tropische warmte terwijl de fiets nota bene quasi onderaan staat op de transportladder. Van de Gili-eilanden reden we langs de kust tot aan de splitsing naar Senaru. Het dorpje is de uitvalsbasis voor beklimmingen van de vulkaan Rinjani, met een flinke 3700 meter nummer twee als hoogste punt van de hele Indonesische archipel. Geen molshoop, maar een serieus te nemen piek. Op een paar uur per dag na, meestal in wolken gehuld. Eigenlijk planden we niet de eenrichtingsweg naar dit dorp te volgen, zeker niet omdat er binnen de vijf kilometer van zeeniveau naar 600 meter geklommen moet worden. We waren compleet uitgeput die dag en hadden meer dan ooit dringend nood aan een slaapplaats. Ten einde raad, zittend aan de kant van de weg, werden we benaderd door Jul, trekkingorganisator, die bij ’t horen van onze herkomst foutloos de eerste twee zinnen van Will Tura’s “Ik ben zo eenzaam zonder jou” uit z’n hoed toverde. Het maakte veel goed op die moment! Op één of andere manier geraakten we in Senaru, waar we transport regelden tot op een pas van 1660meter. Met een halve blik op de prachtige Sembalun-vallei, hingen we onze tassen aan de fiets, bedankten de chauffeur, genoten nog heel even van het landschap en maakten ons klaar voor een lange afdaling. Tientallen apen vluchtten het struikgewas in, niet wetend wat er zonet kwam langsgereden. Ook verschillende dorpsbewoners wisten even niet wat er gebeurde toen die twee fietsers daar tegen vijfenveertig kilometer per uur voorbijflitsten. En net wanneer dat ene heuveltje eraan kwam een beetje bijtrappen… en hop, op naar beneden, gefocust op de apen en de gaten in het wegdek. Héérlijk freewheelen was het! Al kan je dit gerust valsspelen noemen, enkel voor het plezantste deel van de rit kiezen. Ere wie ere toekomt. (Ons niet in alle geval).






‘s Middags stoppen we langs de kant van de baan. Een oma’tje, haast zonder tanden, voorziet ons van rijst en pikante groenten met schijfjes in vet doordrenkte rösti-achtige snackjes. De gefrituurde stukken droge kip en de lauwheid van dit alles, baarde ons lichtelijk zorgen…
De rest van de rit vervolgde zich, via Labuhan Haji, door ’t glooiende landschap van centraal-Lombok. Bamboebossen en rijstterrassen waren nooit ver af. Op een gegeven moment reden we door een rivierbedding. We maakten snelheid. Het scheelde niet veel of we reden recht op een, ten dele platgewalste varaan. We schatten de (originele) lengte van het beest op anderhalve meter. Was diens enige habitat niet op het eiland Komodo?
Net geen 100km later, eindigden we in een lila leegstaand kamertje in Praya. Het behoort Eny toe, een gesluierde lerares Indonesisch. Ze bracht ons naar het kleine eetstalletje (‘warung’) van haar schoonzus, aan de rand van een veld. Wanneer het vet van de blokjes vlees een laag vormde op lippen & gehemelte, wisten we dat dit avondmaal een regelrechte aanslag was op het spijsverteringsstelsel. Dat we van het eten die dag niet serieus ziek zijn geworden, begrijpen we nog altijd niet…
Ondertussen buigen we de hoofden over de landkaart, peinzend over een vervolg van onze reis.
De duizenden begroetingen van onderweg gonzen nog altijd door onze hoofden. Soms stil, dan weer luidkeels geroep. Nimmer eindigend.

1 opmerking:

  1. Dag Laurie en Joris,

    Ik donder haast uit de fauteuil! Zo verpletterend mooi zijn jullie avonturen. Zo aangenaam is me m'n tijdverdrijf van jullie verblijf in onontgonnen werelden. Koester het! Bekijk het allemaal zorgvuldig en overdenk die andere culturen! er zijn vast en zeker wel verdienstelijke sporen te vinden!

    Liefs,

    Jeroen

    BeantwoordenVerwijderen