maandag 17 januari 2011

10 Avonturen in Tweede...

[edit 2: een nieuw fotoalbum is toegevoegd, een nieuw bericht in de maak, 24/1/11]
[edit: nieuwe foto's toegevoegd, 19/1/11]


Toegekomen in, of aan Milford Sound, zogenaamd het summum van Fiordland, was onze eerste reactie “is that what all the fuzz is about?”. Geen Blankenbergse toestanden of ijskraampjes in Averbode, geen hotels, geen uitpuilende ansichtskaartenhouders, geen terraskes. Puur natuur! (het lawaai van de aggregaten buiten beschouwing gelaten) In dat opzicht, veel beter dan verwacht. Alleen, zonder een geboekte cruise of tochtje met het watervliegtuig –waaraan dure prijskaartjes hangen- kan een mens enkel maar kijken naar dat wat hij reeds kent uit de reisgidsen. De blik op het eerste, wereldberoemde deel van dé fjord is al miljoenen keren vastgelegd door Japanse fototoestellen van toeristen (wij incluis). Het is dan ook één van de “101 must do kiwi’s”. Het stelde echter niet teleur en was de omweg zeker waard! Highway 94 is overigens een pracht van een tocht die langs indigokleurige meren, door dichte bossen en vlaktes voert. Hier en daar siert een waterval of een besneeuwde bergtop de omgeving. Of de (cheeky) Kea, een groene papegaaiachtige die kickt op allerhande lekkers uit de handen van voorbijrijdenden. “Niet voederen!”, leert een preventiecampagne van het Department of Conservation.

Met onze bus als een motorische berggeit, is het dikwijls een hele karwij om de bergen over te geraken. Het is zoals beschreven in het bericht over Arthur’s Pass: vaak in tweede verzet rijden. Even aan de kant om de lens richting vallei te werpen gaat steeds gepaard met een “handrem-koppeling- en gaspedaal-coördinatie”. Hier zeker niet voor ’t eerst mee experimenteren of ge bent beneden vooraleer tot drie te hebben geteld.
De volgende nachten sliepen we steeds aan een meer. Meestal was dit goed bereikbaar, soms via een kilometerslange wasbord/gravelweg. Een killer voor uw voiture!

Tijdens een ondergrondse, gidsloze ontdekkingstocht doorheen de Limestone Caves, ontmoetten we -tijdens het oversteken van een ondergelopen stuk van de grotten- een gezin uit Invercargill. Ze hoorden dat we die richting uit zouden gaan en gaven ons prompt hun adres op een kaartje. Na de derde ontmoeting onderweg, werd het één en ’t ander concreet: we werden uitgenodigd bij hun te verblijven. Zo gezegd, zo gedaan. De gastvrijheid ‘the Kiwi-way’ was weer van het kaliber als de ontmoeting met Lauren & Graham in Auckland en Maureen in Napier: we kregen meer dan we wilden. Zelfs een rit naar ’t kliniek! (mijn voet is –weeral- ontstoken door ’t fervente gekrab na een insectenbeet. Na een dosis antibiotica via de aderen op spoed, ligt den deze met het been omhoog en wacht stillekes af). Eén geruststelling: de Routeburn Track in combinatie met de Greenstone Track, over twee weken (waarvoor we reeds hutten hebben geboekt) kan doorgaan, volgens de verpleegster. En zo blijft een mens hopen op snelle beterschap.

We houden U up-to-date!

zondag 16 januari 2011

09 Drie maal overkop op Highway 94

“Alweer een blogbericht, die moeten zich nogal vervelen zeker?” Valt reuze mee, een mens moet iets doen bij regenweer in ’t busje opgesloten te midden al deze natuurpracht :)


Na een avond onthaast te hebben (van de Copland Track) in Haast, reden we ’s ochtends door, Highway 6 volgend. We stopten even later en slenterden met onze picknickmand het strand op voor ‘a breakfast with a view’. Dit was echter niet zo romantisch als het klinkt, want ook daar, onze goede vrienden, de zandvliegskes.
Via de Blue Pools, en een stop op de prachtig gelegen DOC-camping aan Lake Wanaka, reden we door naar Queenstown. Naar verluit is het de “adventure capital of the world”, met voor de liefhebbers ontelbare mogelijkheden tot bungyjumpen, raften, skydiven, jetboaten in de canyon, paragliden enzomeer. Als liefhebbers van het meer rustigere werk geen spek voor onze bek. Hoewel eens gaan paragliden of deltavliegen, ik (J) zie het nog gebeuren!
We namen onze intrek in een gemoedelijke jeugdherberg, van waar we uit de grote tuin zicht hadden op het centrum van het stadje, Lake Wakatipu en de rotsformaties genaamd The Remarkables.

Eerlijk is eerlijk, het stadje is beter dan verwacht. We moeten er niet flauw omdoen dat het eigenlijk wel heel plezant was, die twee dagen daar. Omdat een tripke met de gondola veel te duur was naar ons goesting, zat er zelfs geen alpine-wandelingske in vanaf Ben Lomond. Dus werd het “echt toeristen”: pallieteren als werkwoord. Wanneer de zon meende moedertje aarde genoeg voorzien te hebben van licht & warmte, zaten we aan de waterkant (na een bezoek aan de liquorstore voor een koele fles bier). ’t Kristalheldere water liet ons toe -voor ’t eerst- eendjes te zien navigeren met hun pootjes en dit, terwijl sidderaalachtigen kronkelend opzoek waren naar iets lekkers op de bodem van het meer.

Kingston, niet de thuishaven van Rastafaries, wel van dé Flyer, de Kingston Flyer. Dit plaatsje, zo goed als wereldberoemd onder treinliefhebbers vanwege de stoomtrein die –helaas- sinds enkele maanden zijn stationnetje niet meer verlaat. Desalniettemin, een fijne fotogelegenheid en een goeie zjat kaffe en thee. Ook de bananencake kunnen we U uiterst aanbevelen!
Vanaf dat plaatsje reden we een uur verder in het gezelschap van een Israëlische lifter. Vervolgens terug verder met twee. Na Te Anau brachten we de nacht door aan het gelijknamige meer. Wederom, een omgeving –de sandflies buiten beschouwing gelaten- om duimen en vingers van af te lekken, zooo mooi!

Daags nadien, gemoedelijk aan ’t kroezen op de weg naar Milford Sound, zagen we een vreselijk ongeluk gebeuren. Een 4x4-wagen van het Department of Conservation ging van de baan en kwam na drie maal over kop te zijn gegaan in de vlakte van dorre grassen tot stilstand. Pinkers lichtten op, de airbag klapte open en glas sneuvelde. Veel glas. Het beeld –amper een fractie van een seconde- van de inzittenden, die over het dashboard hingen deed ons handelen. De auto zette ik zo snel mogelijk aan de kant. Alletwee liepen we zo hard als we konden naar de auto. Dit gebeurende, kropen de twee er gelukkig zelf uit en godzijdank bleef ook rookontwikkeling onder de motorkap uit.
Het toeval wil dat een Nederlandse dokter in een auto achter hen reed. Meteen toegepaste EHBO, cruciaal vlak na een dergelijk incident. De twee, DOC-rangers van rond de vijftig, stelden het relatief goed, maar moesten op dokters bevel blijven liggen tot een ambulance arriveerde. Tesamen met de arts, ondersteunde Laurie de nek van één van de twee slachtoffers. Wonden werden verzorgd en erge pijnen bleven uit. Gelukkig. Ondertussen keken we allemaal naar de auto: pert-totale.

De vriend van de dokter en ik zorgden voor schaduw met behulp van wat handdoeken.
Een uur later arriveerde een ambulance, politiewagen en twee brandweerwagens, gevuld met materiaal & manschappen. Ieder professioneel hulpverlener wist van aanpakken en combineerde dit met een fijne portie humor, wetende dat de beide inzittenden die deze spectaculaire crash wonder boven wonder haast zonder iets ernstigs overleefd hebben, het goed stelden.
Een van de twee, de chauffeur uiteraard, was in slaap gevallen...

Lichtjes bevend bekomen we van dit alles en reden verder in de richting waarvoor we gekomen zijn: Milford Sound.


(Lichtjes ironisch kwamen we op de terugweg op enkele kilometers van het accident langs een groot bord dat waarschuwt voor indommelen achter 't stuur...)

zaterdag 15 januari 2011

08 Beschrijving van een Hike

De Copland Track, op papier een gemoedelijke hike; haalbare kaart. Was het niet! Beste lezer, we kunnen U op het hart drukken dat dit niet zo was. Op ons communiezieltje (als we dat hebben) kunnen we dit zweren. Vol goede moed, in de stijl van “neem uw goed humeur mee”, zoals we dat vroeger voor ’t begin van een schoolreis steevast verteld kregen, en ieder een bepakte rugzak, reden we van het dorpje Fox Glacier naar het begin van de track. Na vijftig meter vanaf de parking mochten we blootsvoets de brede, doch ondiepe (Karangarua) rivier van stromend gletsjerwater door, richting het eigenlijke begin van de wandeltocht (er was ook een noodbrug voor als het waterpeil te hoog was, alleen was die 45minuten stappen verder). Onze voeten drogend van het ijzige water, werden we meteen aangevallen door sandflies. Geniepigaards! Tijdens het treiteren van mensen, houden de vliegjes - kleiner dan een gemiddelde mug- er een uiterst fijne werkwijze op na: ze bijten de huid (eender waar) open en wachten tot er een beetje bloed uitstroomt. Dan werken ze dit rustig naar binnen. Als mens blijven we na deze actie achter met een irritatie/pijn die bewust of onbewust aanzet tot krabben [soms tot bloedens toe of zo hard dat de opperhuid van mijn voet voor een heel stuk openlag, J]. Muggen handelen dan nog een stuk beschaafder, zo lijkt.
Enfin, terug naar de Copland Track. De weg liep bijna ononderbroken door dik begroeide bossen, qua flora een mélange van hoofdzakelijk allerhande soorten varens, palm- en naaldbomen, dikke lagen mos en lianen. We moesten langs en door watervalletjes en glasheldere stroompjes, langs kleine stukken moeras en zompige bulten van gras. Het heeft iets van een regenwoud. Hier en daar was op deze tocht (34 kilometer) een kleine vlakte. Een deel liep ook over rotsen en keien, parallel met Copland River. In de bossen was maar een klein deel “echt een pad”. Het werd klimmen & dalen over rotsen, boomstronken en –wortels, door water en modder. Zo nu en dan liepen we één per één over een wiebelige staalkabelbrug. [dat een tramp meestal een ruw pad heeft en geen echt ‘weggetje’, hebben we pas achteraf vernomen]. De tocht duurde negen uur. De laatste twee uur zochten we, haast in trance, ons een weg over de track en kwamen uitgeput aan de Welcome Flat Hut, gelegen in een kleine open vlakte en omringd door licht-besneeuwde bergen. Uniek aan deze hut is de aanwezigheid van drie hot pools (geothermische warmwaterbronnen), op een minuutje ervandaan. Het water in ‘t minst warme, dampende poeltje was rond 40 graden Celcius (in het heetste 60 graden, dus echt hot!). Daarin gaan liggen was hemels na de zware inspanningen van de dag. Ondertussen was de zon helemaal achter de bergen en bevond de vallei zich in een evoluerende schemertoestand. Wanneer de mensen gingen slapen, stopten de vogels met zingen. Krekels ‘kreekten’ lustig voort, bijna tegen de sterren op.

Vijf uur ’s ochtends. Wij, in totaal 31 trampers lagen rustig te knorren op de bunk (slaapplatform) wanneer plots het brandalarm afging. De sirene loeide en een repetitieve, ingesproken mannenstem verzocht alle aanwezigen stante pede het gebouw te verlaten. Daar stonden we dan, in in ’t kot van de nacht, met z’n allen licht-gekleed in den donkere/koude. “What a lovely morning isn’t it?". De DOC-ranger/conciërge bleef er positief bij. Na een inspectie door dezelfde ranger bleek het om loos alarm te gaan en mocht iedereen weer richting bedstee. Een belevenis!

De tocht terug werd afmattend. Raar maar waar zwaarder dan de heenweg. Laurie kweekte een aantal bleinen. Haar voeten werden uiterst pijnlijk zodat ze de laatste uren serieus op haar tanden moest bijten. Door de rugzak had ik irritatieplekken op de rug en rond de schouders/oksels, die hoe langer hoe pijnlijker werden en ondersteuning van de rugzak van onderuit noodzakelijk was. Na twee uur vanaf de hut maakte ik bij ’t oversteken van een stroompje ook een onnozele misstap, zodat de schoenen uit moesten. De rest van de dag liep ik op sandalen. Gelukkig geen enkele blein. Alletwee waren we maar al te blij wanneer we voor de laatste keer door koud water moesten. Ons busje stond op een boogscheut van de rivier en deed ons hunkeren naar lekker eten en een zacht beddeke.

(Tussendoor-berichtje)

Hoi allemaal,

heeft er iemand misschien een idee hoe we de resolutie van kleine foto's beter kunnen krijgen? Tenzij de beeldkwaliteit nu beter is?
Bepaalde foto's kunnen op verzoek in grote resolutie doorgemaild worden.

Hartelijk dank!

J&L

vrijdag 7 januari 2011

07 Nieuw Zeelandse regen & Gletsjergeweld

De oostkust bleven we verder volgen tot Christchurch, grootste stad van zuidereiland. De meeste nachten slapen we in ’t busje op basic DOC-campings* of “gewoon ergens”, zoals onder de bomen op een picknickplaats. Veel plaats binnenin is er niet (zelfs minder dan in ons VW T3’tje), toch hebben we alles dat we nodig hebben. In Napier vonden we op een zondags rommelmarktje Scrabble voor ‘een stuiver en een cent’. Al veel plezier van gehad!
Reizen per auto geeft zoveel meer mogelijkheden. 80 procent van het land dat we tot nu toe gezien hebben, hadden we nooit per fiets kunnen doen (o.a. alpine-gebied en schiereilanden). De grotere ecologische voetafdruk is iets waar we ons –beetje beschamend- ten volle van bewust zijn. Vanaf Indonesië springen we terug op onze véloos!

31 december. We bevinden ons op een miniem (onbewaakt) gemeentelijk campingske, gelegen in een bos aan de monding van Hurunui River (enkel te bereiken via een kilometerslange gravelweg). De rivier volgen we, ontdekkenderwijs, tot waar deze de Stille Oceaan in stroomt en klauteren, al dan niet met behulp van wat boomstammen over de rotsen langs de met gras begroeide kliffen. Hier en daar was er door erosie al een heel stuk naar beneden gekomen. Het is een grijze dag waarop we geen fluit zouden zien van het vuurwerk. Niet dat het er was, want op één enkele erg enthousiaste “happyyyyy new yeaaaaaarrrr!!” na, en ‘t geplop van de kurk op onze fles, is het nieuwe jaar haast geruisloos van start gegaan. We zijn te ver van de bewoonde, stilaan dronken wordende wereld om meer te ervaren van oud naar nieuw. Het was een zaligheid de ochtend nadien, voor ’t eerst in jaren, wakker te worden zonder een knoest van een kater.

Via een kleine omweg belanden we die de eerste januari in een buitenwijk bij Christchurch. We ontmoeten Mike & Manuela (familie van Laurie) en hun kinderen. Bij hen mogen we onze fietsen en een deel van onze bagage achterlaten. Waarvoor dank!
Luisterend naar The Stones (“Flowers”), Derroll Adams’ Feelin’ Fine en de plaatselijke Radio Nostalgie (zolang de ontvangst strekt) rijden we naar Akaroa, op Banks Peninsula. Alleen al de weg ernaartoe is de verplaatsing waard. Kamperend in een baaitje maken we kennis met Tony in zijn jaren ’50, met hout afgewerkte Bedford housebus. Samen met zijn kat is de bus al twee jaar zijn thuis. Noem hem gerust een oude hippie. Housebusses en –trucks zijn hier overigens geen zeldzaamheid. We zien ze geregeld staan in tuinen of aan de zijkant van een huis. Waar zijn de oldtimer-bussen in België gebleven??
’s Anderendaags kunnen we mee met de FOX II, een 90-jarige zeilboot, waarmee we vanuit Akaroa Harbour voor een paar uur de zee ingaan. Hectordolijnen zwemmen langs, onder en voor het schip. De kapitein loodst ons langs kolonies kleine, gele pinguïns, zeehonden en allerlei wild gevogelte, op en rond de rotsen. De thermometer geeft dertig graden aan. Genieten!!
Eenmaal terug aan wal duiken we de koelte tegemoet vanaf “ons” baaitje.

Terug in Christchurch rijden we het centrum in, opzoek naar de immigratiediensten. Terwijl we een aanvraag indienen voor de verlenging van ons visum, beeft het gebouw. Amper twee of drie seconden, al voelde het langer. De loketbeambte keek nauwelijks verrast op en vroeg “is it a big one?” Paniek ontstond er niet. Verderop zagen we hoe brokstukken een hele straat blokkeren. De schade van de aardbeving in september was nog lang niet hersteld. Verschillende gebouwen staan in de steigers. Hier en daar ligt glas op de stoep. (we hebben ons laten vertellen dat de mensen hier aardbevingen zoals wij even gevoeld hebben gewoon zijn. Dagelijk beeft de aarde, zeker in deze regio, verschillende keren. Alleen die van 4 of meer op de schaal van Richter zijn voelbaar)

De stad laten we spoedig achter ons liggen en volgen Highway 73, de weg over Arthur’s Pass. Van zodra de weg omhoog begint te slingeren, belemmert dichte mist ons het zicht. We kunnen amper tien à vijftien meter ver zien. Regen miezert zich een weg doorheen de oprukkende duisternis. Van vijfde naar vierde, van vierde naar derde en van derde uiteindelijk naar tweede versnelling. Ons busje kan net de eerste pas over. Omdat we nu geen steek meer zien, zetten we ons aan de kant. Als de mist stilaan wegtrekt, merken we dat we naast een meer staan. Beschut in de shelter koken we een rijstmaaltijd en thee. Terug in de bus lezen we ons de nacht tegemoet en houden ons hart vast voor wat nog komen moet.

De weg over Arthur’s Pass was niet om mee te lachen. Regen, veel regen, harde frontale wind en lichte mist. Nu en dan een korte opklaring. In het DOC-visitor Centre informeren we naar de weersverwachtingen. Het ziet er niet al te fraai uit voor de volgende drie dagen. Het is al enkele weken vrij slecht weer in de Alpen & westkust (hier en daar een relatief goeie dag tussendoor). Het belooft nog even zo te blijven, zodat we de klim naar Avalanche Peak maar uit onze kop moeten zetten. Wind joeg de bus een paar keer haast van de baan. Wolken hangen laag boven Arthur’s National Park en rivieren zoeken zich een weg over en langs het asfalt. Gletsjers voeden de zwellende waterwegen. Nostalgisch denken we terug aan de eerste weken van onze reis. Zon van ’s morgensvroeg tot ’s avondslaat, we kunnen er alleen van dromen!
Gelukkig werden we na een nacht met non-stop regen wakker met zon zowaar! Het meer waar we stonden was nog in grootte toegenomen, te zien aan de houten picknickbanken die tot aan het tafelblad in ‘t water stonden.
In Franz Jozef-village legden we ons oor te luister naar de weersverwachtingen voor de volgende dagen. ’t Zag er behoorlijk goed uit. Toch goed genoeg voor een meerdaagse trek. Eindelijk! Euforie alom! Meteen erna begonnen we te stappen tot aan de voet van de gletsjer waar het dorpje naar genoemd is. We liepen door een stenenvlakte, omringd door begroeide bergen van waaruit grote watervallen de zwaartekracht ondergaan. Daar lag hij dan, de blauwwitte majestueuze ijsvallei tussen de bergtoppen geklemd. Als een gezaghebber met sterallures als het ware. IJsbrokken slingerden in de kolkende rivier.
Morgen kunnen we eindelijk voor een paar dagen de natuur in. Hierover meer in't volgende verslag!


*DOC - Department of Conservation: staat in voor ’t natuurbehoud van tal van nationale parken en voorziet o.a. een heel aantal kampeerplaatsen verspreid over de 2 eilanden. Een groot deel ervan is helemaal gratis (‘basic’, nauwelijks voorzieningen – deze campings zijn vaak aan een meer of rivier) of voor een paar dollars – de zogenaamde ‘standard’ of ‘serviced’ campings.

dinsdag 4 januari 2011

nieuwe foto's geupload

even tussendoor: we hebben nog een aantal nieuwe foto's toegevoegd tot het laatste album.
We werken aan een nieuw bericht, van zodra het af is, lezen jullie het meteen : )

J&L

PS: even puur technisch: we hebben gemerkt dat de foto's vrij 'crappy' zijn van kwaliteit (zelfs op ons kleine 10"-scherm). De originele beelden (jpeg-bestanden, meestal tussen 4&9 MB) herschalen we naar 1MB (minder in de praktijk) omdat we anders uren aan het uploaden zijn.

--> heeft er iemand een suggestie hoe we snel kunnen uploaden van onderweg zonder teveel aan beeldkwaliteit in te boeten?


++ foto's in betere kwaliteit rechtstreeks via onze Flickr-pagina ++

Alvast hartelijk bedankt :)