Een nieuwe wereld blijft het toch, met zoveel zaken die maar moeilijk wennen. Naast het snikhete, vochtige klimaat doet ook de mens ons geregeld de wenkbrauwen fronsen. De eilanden die tot de groep Nusa Tenggara behoren zijn alom geprezen vakantieparadijsjes, toch is er ook de keerzijde van de medaille. Geen publiek geheim en je moet ook niet ‘off the beaten track’ gaan om te weten wat we bedoelen. We moeten misschien opletten wat we zeggen, maar, ongenuanceerd vinden wij dat er een totaal gebrek aan respect is ten aanzien van:
1) het land & water
2) dieren
3) de medemens
Ondanks dat religie (Hindoeïsme/Islam) absoluut belangrijk is en een groot deel van de Indonesiërs praktiserend door ’t leven gaat, is de mens en général vrij individualistisch ingesteld. Geloof maakt van iemand niet per se een betere mens! Eigenbelang, verbogen vriendelijkheid naar buitenlanders toe en geld zijn sleutelbegrippen. Al vraagt dit vermoedelijk wel om een woordje uitleg?
Land en water worden grandioos vervuild, tenzij de grond privé of voor landbouwdoeleinden gebruikt wordt. We hebben nu al een aantal kleinere boten en ferry’s genomen en zijn –naast de semi-bouwvalligheid ervan- al menigmaal verschoten van wat er allemaal overboord gesmeten wordt. Tussen Bali & Lombok zie je soms lijnen of eilandjes van drijvend niet- of moeilijk afbreekbaar afval. Riolen monden uit in zee en aan land gaan rookpluimen van smeulende hopen rotzooi de atmosfeer tegemoet...
Dat de band die de mens met dieren heeft louter functioneel is, maakt ons triest. Vandaag hebben we, vanop de fiets, zelfs een auto recht over een (straat-)hond zien rijden in een klein dorpje. Expres, met vluchtmisdrijf. Kreten van helse pijnen gingen als golven door het landschap. We stopten. De tranen stonden ons in de ogen. WAAROM? Het schreeuwerige gejank dat het op-de-rug-liggende beestje produceerde en het beeld van een andere hond die aangesneld kwam, spookt nog steeds door onze hoofden. (Straat-) katten worden hardhandig meters verplaatst en paarden en ossen zijn geboren als lastdieren, puur om de mens te dienen. Vierentwintig op zeven. Affectie is compleet uit den boze. Tenzij we dit gewoon verkeerd inschatten? Hopelijk wel…
Het zal ook voortvloeien uit de perceptie die we als vreemde, toerist zijnde hebben van de omgang met anderen, maar in feite zijn we niks meer dan een wandelend buideltje dukaten (ergens zeker te begrijpen), oprechte vriendelijkheid is ver zoek. Contact staat vaak in 't teken van de Rupiah's die moeten rollen. Zo zal een verkoper bijvoorbeeld altijd vriendelijk zijn en al lachend vragen hoe het met iemand gaat en zo zal ook de eerste de beste mens waar we even stoppen dat ene adresje opdringen om te overnachten. Alles, van sigaretten tot een boot naar ergens, is altijd duurder voor een ‘orang putih’ (beleefd vertaald als ‘westerling’). Totdat je de doorsneeprijs van iets weet en de verkoper hiermee confronteert. Hardnekkige verkopers van allerhande onnuttige prullen –zoals daar zijn gouden dolken en meterslange parelmoerkettingen- blijven vaak aandringen. Na drie keer, eerst uiterst vriendelijk, nee te hebben gezegd, moet een mens kordaat worden. Niet plezant, wel nodig. Kan vermoeiend worden! Het is gewoon zo dubbel. Mede aan de basis van dit ligt ook onze kritische kijk op de wereld (zullen we maar zeggen…). En het feit dat we vandaag een dag-om-te-vergeten- hebben beleefd. Beste lezer, de details worden U bespaard.
Dit gezegd zijnde, als we spreken van de andere kant van de medaille, moeten we het ook hebben over die ándere kant. Die is er ook. Gelukkig maar!
Vanaf Jimbaran begon de eigenlijk trip. Verkeerschaos wordt overzichtelijk wanneer je eenmaal inzicht verschaft wat betreft de geschreven, en nog belangrijker, de óngeschreven regels op de baan. Met andere woorden: eerst is eerst. De wet van de sterkste, noemde Darwin het ooit. Op de fiets sta je sowieso onderaan op de ladder, toch is ’t aan te raden je te gedragen als de “sterkste” (desondanks is een wakkere geest raadzaam!).
Kriskras bolden we te midden duizenden toeterende Co²-producenten, flirtend met de kust Ubud tegemoet. Na lange tijd terug te fietsen wekt op één of andere manier steeds een gevoel van ultieme vrijheid op, onder alle omstandigheden!
Tussendoor sprongen we nog op de boot naar twee kleine eilandjes ten zuiden van Bali.
We namen de tijd voor een geweldig schone wandeling tussen de rijstterrassen rond Ubud en ’t bijschaven van onze ‘onderhandelings-skills’ op de plaatselijke markt. Terug vol energie bolden we via Semarapura en de kleine dorpjes rond Sidemen, in de richting van Padangbai: de toegangspoort tot ondermeer Lombok. Bewust meden we de drukste wegen met de consequentie van omweggewijs flink bergop te moeten rijden. En natuurlijk ook weer heerlijk bergaf te kunnen “freewheelen”. Onderweg zijn de begroetingen [“hellooo mister, hellooo miss!”] niet te tellen. Jong en oud lacht of kijkt vreemd op. Sporadisch weerklinkt zelfs “I love you!”.
De eerste dag in Lombok was puur genieten: met een gemiddelde snelheid van 25km/u ‘sjeesden’ we door ’t landschap. Het leek alsof het zweet bij liters onze lichamen verliet, maar het voelde goed.
De laatste dagen verblijven we op het verste van de drie Gili’s. Het eiland, onlosmakelijk verbonden en gebrandmerkt als een absolute bestemming voor die-hard-party-animals zouden we onder normale omstandigheden links laten liggen. Echter na die ene dag vol van bijna niet meer te tellen tegenvallers, klommen we het lokale bootje in en verlieten het vasteland. Tussen rijst en bakken bier. Gezien het hoge percentage aanwezige vakantiegangers uit Europa & Australië, voelde het even goed niet op te vallen tussen de mensen. We huurden fietsen en toeren het eiland rond, slapen vast en eten & drinken goed. De paradijselijke waterkleur (en temperatuur!) nodigt uit voor een duik tussen het koraal. Muezzins roepen op tot gebed terwijl de kokospalmen lichtjes meewiegen met de wind. Onze plannen zijn vaag met een zin voor genieten. Misschien zoals reizen eigenlijk hoort te zijn?
Komt me heel bekend voor. Ook vooral de manier waarop ze met hun dieren omgaan. Toen er er waren een in 2003 en 2006 was het niet anders.
BeantwoordenVerwijderenGeniet van de mooie dingen en de schrijnende, tja wat kunnen wij eraan doen? Een keer mopperen en er iets over zeggen. Ze kijken je dan heel vreemd aan. Een hond is nu eenmaal een ...... hond. In onze ogen heel onbegrijpelijk.
Heeeej jor & Laurie,
BeantwoordenVerwijderenKlinkt erg dubbel allemaal; schoonheid gecombineerd met wreedheid. Hier in België is het voor de moment aan het zomeren tijdens de lentemaanden. Jammer genoeg is er het eindwerk dat mij binnenhoudt. Al is dat relatief. Met een laptop komt men ver ;-)
Groetjes!
Mattias