---------------------------------------------------------------------------------
Edit: 8 nieuwe foto's toegevoegd tot het album "JAVA" [zondag 8 mei]
---------------------------------------------------------------------------------
Dagen worden weken en weken veranderen in maanden. Ons tijdsbesef slinkt met de dag. Smelten doet het als de laatste restjes sneeuw in de voorjaarszon. Sinds een tijdje hebben we de dagen langzaamaan leren ervaren als gelijken, een gevoelsmatig verschil is er niet meer. Het is het gevolg van de houvast, of structuur die verdwijnt, eenmaal on the road.
De afgelopen week bleven we de Nasional 3 volgen, van Padangbai in het zuid-oosten all the way tot de Java-ferryterminal in Gilimanuk. In het noorden zagen we dolfijnen bij zonsopgang, gingen een dag snorkelen boven het koraal van Menjangan Island (nationaal park) tussen Nemo’s en maanvissen en verkenden per brommer het bergachtige binnenland, met meren, ontelbare hectaren rijstterrassen, heetwaterbronnen en spectaculaire watervallen.
Als fietsers hebben we wat het wegdek betreft niet te klagen. Algemeen gezien liggen de (grotere) wegen er een pak beter bij, toch zeker in vergelijking met Bali’s rechterbuurman Lombok. Dat het geregeld vals plat is of een klimmetje hier en daar nemen we er graag bij. Wat ons ook opgevallen is is de meer relaxe houding van de lokale bevolking. Slechts een handvol begroetingen kruisen onze wegen. Het merendeel is afkomstig van jongeren die lui onderuit gezakt hun verveling ondergaande de dag plukken op de bamboeplatformen langs de weg. Enkele mensen die we onderweg ontmoetten zijn oprecht geïnteresseerd in onze reis. En onze toeters, tja die springen meteen in ’t oog. Het lijkt dat mensen twijfelen aan de werking ervan tot het tegendeel bewezen wordt, gevolgd door gegrinnik en/of herhaalde actie.
Na voet gezet te hebben op Javaanse bodem in Ketapang, begaven we ons meteen te midden de verkeersdrukte, Banyuwangi tegemoet. Daar aangekomen leggen we bij plaatselijke riksjabestuurders (becaks) ons oor te luister en krijgen een wegbeschrijving naar het station. Enkele kilometers en nog eens drie keer vragen later kwamen we holder-de-bolder over een krakkemikkelig weggetje bij een station. Aha, daarvoor dus rijden we met Marathon Extreme-banden! Het station zelf had dat van Boechout kunnen zijn, met als enige verschil dat er nog minder treinen passeren. Net als we even later, infoloos, wilden afdruipen begroette een medewerker van de spoorwegen ons in het Engels en vroeg of hij kon helpen. Op zijn kraaknette kostuum stond de naam Arif Luksman. Bij twee grote glazen ijsthee leggen we onze plannen voor en beantwoordden zijn interesse in de financiële kant van het leven in België. Zijn vragen naar het gemiddelde loon, ons loon, kostprijs van de fietsen, prijs van fietsvervoer op ’t vliegtuig, gemiddelde huurprijs en de gemiddelde prijs van een treinticket kregen een antwoord. We plakten er wat cijfers op. Hij glunderde en vertaalde de ingewonnen informatie naar enkelen van zijn collega’s [over de prijs van onze fietsen verzonnen we een leugen om bestwil, een kwestie van niet te hard te choqueren].
Hij stelde voor om de nacht bij hem en zijn familie door te brengen, zo’n zeven kilometer verderop.
Met gezonde argwaan twijfelden we even aan zijn geste. Toch intuïtief wisten we allebei dat het goed zat en waren maar al te blij met het aanbod. We mochten hem volgen naar zijn huisje, net naast de spoorweg. De buurtkinderen spelen er in grauw water. Later doet een oude vrouw haar gevoeg in dat zelfde water en de volgende dag zagen we hoe kleren ‘gewassen’ werden en ook potten & pannen daarin een beurt kregen…
Eén van de eerste dingen die de gastheer ons toevertrouwde waren zijn drie grote liefdes: als moslim die voor de Koran, voor pilsbier & sigaretten en de liefde voor zijn tweede vrouw. Ze werkt ook in het station (diegene die ons de ijsthee maakte & bracht, zo vernamen we later). Alleen weet de vrouw waar hij het bed mee deelt, de moeder van zijn kinderen, niet dat hij ook een tweede eega heeft en er zelfs ook mee getrouwd is. Dit komen we te weten in haar bijzijn. De man is er van overtuigd dat ze geen Engels verstaat…
’s Avonds drinken we thee in zijn lesehan. Samen met Arif’s vrienden zitten we in kleermakerszit op rieten matten op een klein verhoogje, vlak naast de baan. Afsluiter van de dag is een bezoek aan een karaokebar. We waren moe van de laatste fietsdag op Bali, de overtocht en eerste kennismaking met het doen en laten van weggebruikers van oost-Java. Dit aanbod weigeren was compleet uit den boze! Het bleek dat type keet te zijn dat perfect lijkt als decor voor ‘afrekeningen in het milieu’ (kunt U zich er iets bij voorstellen, beste lezer?). Flessen bier worden aangerukt en gekraakt in de zetels vanop de eerste verdieping. In het halfdonker schudden we handen, van wie weet wie en luisteren naar het hoge aantal decibels die uit de speakers knalt. Starend naar het projectiescherm horen we beneden iemand een poging doen de originele versie van het (flauwe) popnummer dat speelt te evenaren.
Bij het krieken van de dag begeven we ons met onze fietsen naar het station, niet ver van het huis van Arif. Als het papierwerk in orde is voor onze bagasi en de bewijzen hiervan op de spatborden werden gelijmd, stappen we op voor een 8uur durende treinreis naar Surabaya…
Met z’n 2.6 miljoen inwoners is Surabaya best een metropool te noemen. Hoogbouw, ontelbaar veel scooters en becaks (riksja’s)… Hou dit beeld vast en voeg hier nog verkrotting, vuiligheid, smog en armoede aan toe en uw verbeelding zal niet ver naast de werkelijkheid zitten. Toch zagen we ook dat de stad een aantal megalomane winkelcentra bezit. Compleet steriel en identiek aan de onze. Binnenin schitteren de Macbooks, Breitling-horloges en peperdure lederen schoenen. De vraag naar luxe blijkt groter te zijn dan gedacht. Het contrast kan haast niet groter zijn…
Bij aankomst in het “centraal” station worden we bekeken alsof we zojuist met fiets en al uit de lucht zijn gevallen. Mensen nemen foto’s. Ze staren. Of wijzen. Komen rond ons staan. Jochies tasten onze grenzen af. Wij voelen ons als kermisaapjes die kunstjes kunnen. Treinen rijden af en aan en blokkeren de doorgang net zo goed als de sluis dit doet van Sas 7. Een halfuur later waren we eindelijk alle sporen overgestoken, eenmaal zelfs met de bepakte fietsen door een stilstaande trein.
Het was donker. Op goed geluk stapten we op de fiets, reden de brug over, opzoek naar een onderkomen voor de nacht. Net op tijd waren we binnen, voor het onweer definitief losbarste.
Twee dagen later zitten we op de Sancaka Pagi-trein naar Yogyakarta. We denken terug aan de moeizame procedure om onze fietsen mee te krijgen (communicatieproblemen troef!), aan het folklorefestival dat in de stad plechtig werd geopend, de becak-ritten en het bezoek aan de Arabische & Chinese wijk. Nog steeds levendig, zeker die eerste, al leek het meer vergane glorie.
Landschappen flitsen aan hoge snelheid voorbij. We staren door de barst in het glas naar buiten, dromend van roggebrood met kaas….

Geen opmerkingen:
Een reactie posten