De dag rust in Dargaville heeft ons deugd gedaan. Het plaatske, dat toch bij de grotere van het noordeiland gerekend mag worden, heeft eigenlijk niet echt veel te bieden. Ook hier hebben we ’t gevoel dat we door noord-Amerika reizen: qua gesproken taal, de vele pickup’s die af en aan rijden, de gemiddelde man of vrouw in de straat die behoorlijk stevig gebouwd is en de vele ‘afhaalmogelijkheden’ voor het avondmaal. Bij de bakker betaal je gewoon met visa. In de supermarkten is ’t een heuse opdracht iets in kleine hoeveelheden te vinden. Fruitsap in 5liter-bussen, strooikaas van 2 kilo of bier dat meestal per 20 flesjes verpakt is. Verleidelijk, dat wel, maar onmogelijk voor tweewielers als ons.
Met een pintje de plaatselijke GB buiten lopen kan ook enkel na een heel proces van controle. Dit gaat als volgt: men neme een blik bier uit het rek (als het al los verpakt is) en men wandele naar de kassa. Daar aangekomen duwt de kassierster op de bel. Even nadien komt er een tweede kassadame die van ons alletwee de identiteitskaart wil zien. Er wordt vanalles genoteerd waarna we kunnen afrekenen. Nu is het enkel een kwestie van goed op te letten dat we niet geklist worden met het bier. Alcohol nuttigen op straat leidt hier tot een serieuze boete. In de liquorshops kraait geen haan naar een legimitatie.
Daar we al heel wat ‘klein mannen’ achter ’t stuur hebben gezien, vermoeden we dat ook hier in NZ de leeftijd om een rijbewijs te verkrijgen op zestien jaar ligt. Zijn we dan toch in The States?
Vanaf Dargaville voert de weg weer geleidelijk over de heuvels van de westkust. Na een kleine 30km lekker bollen staat ons een stijle klim van een kilometer of drie te wachten. Aan het laatste tankstation voor de volgende 40 a 50km wijzen voorbijgangers ons nog eens op de klim die we voor de boeg hebben. Haarspeldbocht-gewijs voert ons pad verder omhoog. Nu en dan stappen we noodgedwongen van de fietsen en duwen. De wielertoerist in hart en nieren die op zondagochtend een vaste stop maakt bij zijn staminee heeft hier niks verloren. (We merken wel dat we hoe langer hoe minder moeten afstappen). Onderweg zijn er geen winkels of pubs meer om ons te bevoorraden. We hebben eten mee voor onderweg en voor 1 avondmaal, wat hopelijk genoeg zal zijn.
Ontbossing is zichtbaar. Geregeld passeert ons dan ook een dubbele oplegger vol boomstammen. Het is klimmen & dalen as usual, parallel met de Tasmaanse zee. We rijden Waipoua Forest binnen. Het laatste stuk voor vandaag is een afdaling van 4km, dwars door het bos. Naar beneden suizen aan 40km/u tussen de bomen, ‘t is puur genieten! In Waipoua Forest bevinden zich de oudste Kauri-bomen van Nieuw Zeeland. ’s Anderdaags ontdekken we hoe gigantisch de Kauri’s zijn. De grootste boom heet Tane Mahuta, ‘lord of the forest’. Deze kanjer heeft tijdens zijn lange leven (meer dan 2000 jaar oud) een immense stam gevormd: 6meter in doorsnee, 18 meter tot aan de eerste vertakkingen. Al blijft een gemiddelde kauriboom minstens even indrukwekkend! Algauw beslissen we dat we hier een wandeling willen maken en we nemen voor twee dagen een eenvoudig hutje op de camping. Plots valt onze dollar dat we maar eten voor 1 avond bij ons hebben, en al helemaal geen ontbijt voor twee ochtenden. Het eerste dorpje met een winkeltje is 20 km verderop. Met de auto rijdt ge daar is efkes naartoe, maar met de fiets dus niet. We vragen aan de concierge van het kampeerterrein of er nog iemand naar de winkel rijdt die avond en voor ons iets kan meebrengen. “No prob mate, my wife is in town now, just come round tonight and tell us what you need!” Timide Belgen die we zijn gaan we ervan uit dat de man in kwestie dit allang vergeten is en blijven in onze cabin zitten, in de overtuiging dat we geen extra dag kunnen blijven en dus de volgende dag alweer moeten vertrekken. Wanneer het al donker is horen we voetstappen naar onze cabin komen, er wordt geklopt. De vrouw van de concierge staat aan de deur. “What do you guys need? We have pretty much everything!” Aarzelend vragen we wat pasta en brood, “maybe some milk?” ’s Morgens staat ze weer voor de deur met een doos gevuld met allerlei lekkers. Het leven kan toch schoon zijn in Nieuw-Zeeland.
De eerste avond komen er en tiental pickup-trucks aangereden. De lokale gemeenschap vergaderde over datgene waar Belgische politici alles van (zouden moeten) weten: de verdeling van bevoegdheden. Men nam beslissingen omtrent wie welk stuk van de bossen mee beheert. Er werd ook uitgemaakt welk gezin de sleutel krijgt voor de (letterlijke) poort naar de zee. Op die manier kan men beter het doen en laten van jager & visser controleren. Het bosbeheer gebeurt in samenwerking met het Department of Conservation, kortweg DoC. Op een boogscheut hier vandaan stroomt Waipoua River. Moest het iets warmer zijn geweest, sprongen we er zo in! ’s Morgens zingen de vogels ons wakker. Deze subtropische omgeving heeft iets exotisch. En we zijn nog niet eens in AziĆ«!
˟ Nieuwe foto’s toegevoegd aan set Northland
Weeral een heerlijk stukske proza. Puur genieten om het te lezen en in gedachten mee te reizen. Bedankt mannekes.
BeantwoordenVerwijderendag Joris en Laurie,
BeantwoordenVerwijderenseg die pintjes :-) smaken die eigenlijk goed? en hoe heet dat merk?
het klinkt als een leuke reis tot hiertoe!
groetjes,
Tim
Hoi hoi Tim,
BeantwoordenVerwijderenpintjes zijn bijna niet per stuk te krijgen (ofwel hier en daar een 37'er of in een glazen literfles), vooral per 18 of 20 verpakt (beetje veel om mee te pakken :) ).Zelfs Stella is vrij goed te krijgen (pokkeduur wel). Bier wordt hier ook vooral in de '(wholesale) liquor stores' gekocht.
Tot schrijfs!
gr,
J&L
Hey mannen , goe bezig !
BeantwoordenVerwijderenKeep on rolling .
Salut uit het ijskoude Belgie.
W & A