Vrijdagochtend 19 november: onze tassen krijgen elk hun plaats toegewezen op de fiets. De avond tevoren checkten we of onze fietsen startensklaar waren. Beide kettingen kregen een grondige beurt en de derailleurs werden voorzien van een druppel teflonolie. Van het stuur, zadel, remmen & shifters (bediening versnellingen) stelden we de juiste positie in. Waar nodig werden de imbusschroefjes aangedraaid. Zo goed als klaar om Auckland te verlaten.
In de keuken van Pentland’s Backpackers vraagt Dean, de heer des huizes, ons op ongeruste toon of we wel degelijk zouden vertrekken. Laurie en ik keken mekaar verbaasd aan. “Euh, waarom niet”, verraadde onze blik. Dean pikte onmiddellijk de draad op van het gesprek gisteren. Buiten, op de trappen, vertelde hij dat alleen deze week al vijf fietsers het leven lieten op hun stalen ros. Twee
ongelukken speelden zich af in Auckland, de andere in de rest van Nieuw Zeeland. Dat er op korte tijd zoveel fietsers dodelijk geraakt werden was nooit gezien. Dean vertelde dat er afgelopen nacht nog een zesde fietser op de weg gestorven was. Hij fluisterde. En vroeg ons nog eens of we daadwerkelijk wilden gaan. “Wacht nog een paar dagen tot na het weekend, er is iets met deze week! Ga de stad in
of huur een camper ofzo en laat alles hier, absoluut geen probleem!”.
Een klein half uurke later verdwenen de eerste kilometers onder onze banden. Dat we allebei zouden vertrekken stond vast. Wat heeft het nu ook voor zin nog “een paar dagen” te wachten? Is het risico op ongevallen dan plots drastisch kleiner?
We rijden voor het eerst links. Serieus wennen! Vooral het afdraaien werd drie keer nadenken vooraleer te doen : ) Vanaf de wijk rond Mount Eden reden we naar het station Kingsland, waar we op de trein naar Waitakere zouden springen, net buiten de suburbs van de grootste stad van Kiwiland.
De eerste fietsdag, van Waitakere tot Kaukapakapa [Kaawkuppakuppa – de “u” zoals in ‘het’ of ‘Jut’ ;-) ), voelden we ’s avonds in de benen. In afstand niet erg groot, doch gezien het glooiende landschap
meer dan genoeg voor een eerste dag op de pedalen. In de plaatselijke bikerskroeg (waar we onderweg voor gewaarschuwd waren) lesten we de dorst en informeerden naar de mogelijkheden om de tent te zetten. Naast het cafe mocht, maar ook bij Bob. Na een telefoontje naar z’n vrouw, Maureen, nam hij ons mee naar z’n erf. We kregen een plekje toegewezen in de tuin. Meer dan prima! Het werd er alleen beter op: we mochten de badkamer gebruiken, konden mee aan tafel (al kookten we wel zelf) en kregen zelfs de toegang tot het internet. Hooray! Bob verdween terug naar de kroeg. Die zagen we weer pas in’t laat.
Vanaf Kaukapakapa reden we in drie dagen naar Dargaville, gelegen aan de westkust. Onderweg sliepen we in een groezelig rende-vu- hotelletje (amper 20 euro voor een kamer) en in een aftandse caravan (die half uiteen hing). Omdat de prijs om onze tent op te zetten gelijk was aan het caravantarief, leek het ons weer eens iets anders.
De wegen zijn al heel de tijd hels voor een fietser. Voeg daar nog een flinke portie ‘wind op kop’ aan toe en je hebt het ultieme recept voor een afgemat gevoel bij aankomst. Geregeld gaat de weg enkele kilometers omhoog, wat maakt dat we aanvankelijk wel met goeie moed aan de klim begonnen, maar uiteindelijk toch noodgedwongen moesten afstappen en duwen. Wanneer het
moreel stillekes aan begint te zakken, zoeken we contact met de witte grazers op de heuvels. We imiteren het geblaat, zodat er zelfs af en toe een schaap antwoord.
Alleen de laatste 30km tot Dargaville waren min of meer “pancake flat” (zoals beschreven in Pedaller’s Paradise), maar omdat –uiteraard!- de wind ons niet gunstig gezind was, reden we gemiddeld 13km/u. Naar ons gevoel heeft M.C. Escher het landschap ontworpen: het gaat steeds omhoog... ook als de weg zichtbaar naar beneden gaat heb je het gevoel nog te moeten stijgen.
In die paar dagen dat we nu op de fiets zitten hebben we toch al enige verandering van de omgeving kunnen constateren. De groene heuvels waarop schapen grazen nemen de bovenhand. Ook subtropische wouden waarin het gezang van tal van vogels weerklinkt, hebben we al gezien. Wie ons iedere keer weer doet verbazen is de Tui. In de tuin van de Pentland’s Backpackers in Auckland maakten we voor ’t eerst kennis met zijn vorm van communiceren. Op z’n minst ‘apart’ te noemen : )
De vogel kent tal van melodietjes waarin ook geklik verwerkt zit. Het geluid is werkelijk geweldig interessant. Kraftwerk, gij hebt volgelingen!
Tot morgen blijven we nog in Dargaville, vanaf dan voert het pad verder noordwaarts in de richting van Waipoua Forest. Er staan nog een aantal “bergskes” op ’t programma. Benieuwd of we ‘goeie benen’ zullen hebben : )
mooie foto's en prachtig relaas
BeantwoordenVerwijderenhouden zo
jullie zien er best wel gelukkig uit
houden zo
kijk uit naar vervolg
hans
Als de verslagen zo heerlijk blijven, lijkt het alsof wij, thuisblijvers, ook een beetje mogen meereizen. Dank jullie wel.
BeantwoordenVerwijderenPeter
amai dat klinkt als een goed begin van de reis. ik volg het op de voet! en wees toch maar een beetje voorzichtig e :-)
BeantwoordenVerwijderengroetjes Tim
jullie droom is nu werkelijkheid geworden
BeantwoordenVerwijderengeniet er met volle teugen van
dank zij jullie boeiende verslaggeving kunnen wij hier ook meegenieten
dikke knuffel
Nancy