donderdag 9 december 2010

04 - Het hoge noorden, 'where the spirits head home’

Allereerst: onze excuses voor de late reactie! Internet is niet altijd beschikbaar, net als energie om bij dageraad nog wat te schrijven. Ziehier, een dubbele portie :)


De Kaurireuzen van Waipoua Forest laten we achter ons. Nog even zetten we onze fietsen aan de kant en trekken het woud in. Heel even staan we stil bij de tweede grootste der kauri’s, Te Matua Ngahere genaamd (‘father of the forest’). Zijn stam is immens: 16 meter in omtrek!
Vanaf dan werd was het weer zwoegen geblazen. De weg doorkruiste slingerend het landschap. Groene heuvels herbergen de vredevol van gras genietende schapen. Eens waren ze nog met 170 miljoen. Dezer dagen schommelt het aantal rond de 4 miljoen, waarmee het vlees ervan nog steeds tot ’s lands belangrijkste exportproducten gerekend mag worden.
De ene moment sjezen we aan 60 km/u naar beneden, de andere zijn we tevreden als we bij 5 km/u nog in ’t zadel zitten. Ploeteren zou je zoiets kunnen noemen.
Vlak voor Omapere komen we na een kilometerslange klim op adem. Het zweet parelt op ons voorhoofd. Lichtjes hijgend aanschouwen we grote zandduinen van het Te Pouari reservaat, die boven het azuurblauwe water rijzen. Dit is het begin van de Hokianga Harbour. De volgende twintig kilometer zou je ‘New Zealand flat’ kunnen noemen. We kunnen nog een keer doorrijden…

In Rawene kunnen we nog op ’t laatste nippertje mee op de ferry. Onderweg maken we kennis met een Brits stel dat al enige tijd het land verkend per Volkswagen camper. We informeren naar de inschrijvingsprocedure voor auto’s. Just in case, zeg maar. Het inschrijven van een nieuwe auto opzich is hier beperkt tot het invullen van slechts één formulier, dat aan in een postkantoor dient worden afgegeven. Smalend denken we terug aan de vijf (!) maand durende periode van bellen en wachten waarin ons VW-busje officieel, met een gelijkvormigheidsattest werd ingevoerd…

De bootsman heeft geen oren naar de 4 dollar die hij van ons ontvangen mag. Als we efkes later op de andere oever nog wat staan te ‘taffelen’ (kaart & ‘Eenzame Planeet’-reisgids aan ‘t bekijken voor overnachtingsmogelijkheden) komt de man vrolijk op ons af en wijst een lodge aan in Kohukohu,op anderhalve kilometer in de andere richting.
Gelegen tussen het mangrovebos, aan de oever van Omanaia River en de bush, ligt Tree House Lodge. Een oase van rust. We gaan de nacht in met op de achtergrond het geblaat van de schapen, het getsjirp van de krekels en de laatste vogelgezangen, die her en der weerklinken uit het bos. Voor de tent kijken we gefascineerd naar de miljoenen sterren boven ons hoofd….


’s Anderendaags staat er weer een stevige klimpartij op ‘t programma. Ietwat na Mangamuka Bridge gaan de wegen (letterlijk) kort door de bocht. En omhoog. Buitenkantbocht rijden gaf af en toe het gevoel bovenop de piste van de wielerzesdaagse van Gent te staan.
Onderweg, wanneer we even op adem komen en op een bankje (voor het enige winkeltje voor lange tijd) ‘een hapke’ eten, komen plots drie jonge gasten te paard aan gegaloppeerd. De drie ruiters gooien met flair touwen rond de houten omheining, waar hun paarden blijven staan. Ze bestellen één fles limonade. De liter werd met smaak geledigd en gedeeld. De jongste van de drie schatten we 8 jaar te zijn. Het beeld van die drie jonge gasten die te paard uit de bush gereden kwamen, maakte echt indruk op ons.

In Kaitaia lieten we de fietsen voor twee dagen aan de kant. Onze knieën spelen ons parten. Hier fietsen is verdomme hard werken. We boekten dan ook een bustrip naar Cape Reinga, het absolute noorden. Tijdens de rit kwamen we wat meer te weten over de geschiedenis van de streek. Toen de dieren nog spraken was Northland één groot woud. De vegetatie veranderde in de loop der eeuwen in ‘wetlands’ of ‘swamplands’. De kauribossen werden verzwolgen door ‘t oprukkende moeras. Dezer dagen is de boomsoort beschermd en mag dus onder geen beding gekapt worden. Wel worden nog de oude stronken (die tienduizenden jaren in de moerasgrond begraven zaten) opgegraven en verwerkt tot allerlei niet-echt-geweldig-noodzakelijke akkefietjes, vooral binnenshuis te gebruiken. De vraag naar ruw en bewerkt kaurihout is vandaag nog nooit zo groot geweest.



De tocht leidt ons naar Ninety Mile Beach. Meermaals loodst de chauffeur de bus door een monding van een rivier. Dit verklaart ’t één en ‘t ander waarom Harisson’s Cape Runner opteert voor een haast gepensioneerde Japanner van eind jaren ’70 (de bus voor de duidelijkheid)! Na een picknick aan een paradijselijke baai bereiken we eindelijk de kaap: Cape Reinga, ‘where the spirits head home’. Voor de Maori’s is de kaap heilige grond.

Vanaf Kaitaia reizen we met de bus naar de Bay of Islands. En dit was achteraf gezien absoluut de beste keuze! Slechts zelden reden we enkele honderden meters op een vlakke weg. Het landschap bleef ook vrij gelijkend… tot in Paihia. In dit uiterst toeristische plaatske nemen we onze intrek in Mousetrap Backpackers, gemütlich gemaakt dankzij tal van vissersattributen (waaronder dikke netten). We strijken neer op ’t strand en doen een toerke door ’t centrum (waar in feite ook weer geen fluit te zien is). We springen ook nog op de ferry (anno 1965!) naar Russel, waar we al snel de schoonheid ervan meer kunnen appreciëren dan aan de andere kant van ’t water. Uren tikken weg door een sprong in de zee (er was bijna geen kat in het baaitje, wat zalig was!), het observeren van vogels –waaronder de Tui en een gezinnetje Californische Kwartels- en een klim naar het hoogste punt daar. We overschouwden de baaien met tal van zeiljachten en de eilanden. De zon scheen, dus azuurblauw water. Ge-nie-ten!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten