“Experience is not what happens to you; it's what you do with what happens to you” [Aldous Huxley]
Het heuvelige noorden van Thailand zien we voor het grootste deel vanuit de ramen van lokale bussen. De ene al wat jonger dan de andere, schommelend zo tussen middelbare leeftijd en hoogbejaard. Uren en uren hobbelend door dorpjes, over rivieren, langs groene velden en platgebrande stukken land. Bergen als muren van het decor. Onderweg stappen oude vrouwtjes op en af, soms met zakjes paddenstoelen in de hand. Ook jongeren die druk-in-de-weer de grenzen van hun brokjes technologie aftasten reizen stukken mee, net als enkele militairen en monniken. Sereen gekleed in okerkleurige gewaden. Hier en daar worden grote dozen of zakken afgeleverd.
Bij het naderen van een tempel maakt de buschauffeur claxonerend-gewijs de praktiserende Boeddhistische medemens, waaronder alle meereizende monniken, hierop attent. Op het bankje vlak voor ons vouwt een man beide handen samen en brengt deze tot aan zijn voorhoofd.
Aangekomen bij de grens, zet de tuktuk-bestuurder ons af aan de oevers van de Mekong, slagader van Azië. Ooit was deze rivier, met een (geschatte) lengte van om en bij de 4500 kilometer, een belangrijke handelsroute. Dezer dagen gaat het meeste transport van goederen over land –toch zeker voor de grensstreek Thailand-Laos-Cambodja, onder meer te danken aan een verbeterd wegennetwerk. Het zijn hoofdzakelijk inwoners van de kleine dorpjes aan de oevers die de Mekong nu nog gebruiken als ‘openbare weg’.
We wandelen het straatje naar beneden richting grenspost en stoppen voor een statig grijs gebouw. “Lijkt erop dat we hier moeten zijn om onze paspoorten af te stempelen”, zeiden we tegen mekaar, terwijl we onze rugzakken neer zwierden. Een gehurkte man wist het beter en wijst naar het kleine, blauwe gebouwtje ernaast. We worden Thailand ‘uitgestempeld’ en even later steken we in één van de smalle houten bootjes het water over. Niemandsland. We zetten voet op bodem van Lao People's Democratic Republic, ofwel Laos en een pijltje met daarop ‘check in’ wijst ons de weg naar het kantoortje waar we onze ‘visa on arrival’ aanvragen. Nadat we even later onze intrek hebben genomen in Friendship Guesthouse, ietwat verderop in de hoofdstraat van Huay Xai, gaan we opzoek naar de eerste portie Laotiaanse noedels & rijst…
Van hieruit kunnen we de volgende twee dagen stroomafwaarts mee met de slowboat naar Luang Prabang. “Mmmm, slowboat… genieten….” horen we u al denken, luidop dromend van de romantische kant van reizen.
Wel, de realiteit is een tikkeltje anders. De bende Ieren die op het laatste nippertje, amper een paar minuten voor vertrek, aan de boot arriveert draagt liters Beer Lao met zich mee. De bootsmannen duwen vanop het dak met lange bamboestokken het land van ons weg. We zijn vertrokken…
De komende uren werd er door de laatkomers duchtig gepokerd, gedronken, muziek gespeeld en, hoe meer de reis vorderde, onzin uitgekraamd, gezongen en werden er flessen omgestoten. Zo nu en dan legde de boot even aan in een dorpje om mensen of goederen af te zetten.
Verwelkomd door een prachtige dubbele regenboog, stopt de boot voor de nacht in Pakbeng. Laurie en ik negeren de kinderen en volwassenen die enthousiast, bordjes vasthoudend, vertellen over de troeven van de slaapplaats die ze in de aanbieding hebben. We stappen door en vinden kort nadien een mooie kamer met eigen badkamer voor 35,000 kip (zo’n 3euro). ’s Avonds komen we te weten dat er vijf jaar geleden in dit dorpje amper een paar slaapplaatsen waren voor mensen op doortocht. Nog steeds worden er bijgebouwd. Wat gaat dit binnen enkele jaren geven?
De volgende ochtend kabbelt de boot verder oostwaarts over de karamelkleurige Mekong. De boot zelf was kleiner en de stoelen harder. Met het gelijke aantal passagiers, belandde een deel ervan op de houten vloer. De Ieren waren maar stil. Een stevige kater misschien? Van de tweede dag op de slowboat genoten we met volle teugen. Heerlijk rustig was het. Uit de jungle tsjilpten krekels, we hoorden vogels. Op de oever grazen waterbuffels terwijl wat verderop vissers hun netten spannen. Kinderen spelen in de rivier. We spotten zelfs een olifant aan de waterkant.
Sinds de stad halverwege de jaren ’90 op de UNESCO-werelderfgoedlijst staat, rijdt er geen zwaar verkeer door de binnenstad. Dit is onmiddellijk iets dat opvalt. Luang Prabang schommelt tussen een groot uitgevallen dorp en waardige stad. Door de ligging direct aan de Mekong en de grote toets groen, heeft het iets van beide. Het voelt toch zo aan zeker als je enkel in het oude stadsdeel blijft. Eenmaal boven op Mt. Phou Si, wordt de omvang pas helemaal duidelijk. Gebouwen bestaan grotendeels uit hout. Sommigen zijn prachtig afgewerkt en zouden niet uit de toon vallen als chambre d’hôte in een dorpje in zuid-Frankrijk.
Eén van de mooiste dingen die we gezien hebben tijdens de dagen in Luang Prabang was de Tak Bat. Monniken maken elke ochtend vanaf hun tempels op blote voeten een ronde door de stad waarbij mensen geknield ondermeer een handvol kleverige rijst in hun bedelnap leggen (zie foto’s voor impressies). Het is een stille meditatieve ceremonie waarbij de monniken uiting geven aan hun gelofte van armoede & nederigheid. Het geven van aalmoezen bestaat al sinds mensenheugenis en het was dan ook meer dan de moeite om hiervoor om 5uur op te staan! (ja, heel af en toe lukt ook ons dit :) ). Aansluitend snuisterden we op de ochtendmarkt en ontdekken waaruit het dieet van een Laotiaan zoal bestaat: kikkers & hagedissen [schaalmodellen van de exemplaren op het eiland Komodo], jonge meervallen (catfish), een versgevangen spartelende rog, groenten & fruit in alle kleuren, ontelbare rijst- en noedelvarianten, kleurrijke specerijen, soepen en zoveel meer.
En ja, tot onze grote vreugde –en met dank aan de Fransen- kan je op bijna elke straathoek baguettes (met La Vache Qui Rit!) en croissants kopen. Niet zo knapperig vers als ze zouden moeten zijn, maar na al die maanden zonder hoort ge ons niet klagen!
“Thanks to the French for leaving coffee and bread behind in Laos and Vietnam. It's a bit of a shame they never colonized Thailand as well” [bron: LP’s Thorn Tree-forum]
Net buiten de stad, na een halfuur van het betere offroad-werk, bereikten we Elephant Village, in het dorpje Ban Xieng Lom. Ooit heette Laos “The Land of a Million Elephants” (Lane Xang), maar tegenwoordig blijven er volgens een ruwe schatting nog maar een 1600tal dieren over, waarvan er nog steeds een goeie 500 bij de houtkap wordt ingezet. Alternatief voor de traktor anno 2011. Met het project, koopt Elephant Village olifanten op van de lokale boeren om ze een betere thuis te geven. In een prachtige junglesetting kunnen toeristen een ritje maken op de rug van de olifant, zodat de olifanten als het ware hun eigen boterham verdienen. Wanneer hun dagtaak erop zit brengen de mahouts (trainer van de olifant) hen naar hun plekje in de jungle waar ze dan in alle rust en vrijheid de rest van de dag en nacht doorbrengen. Ook kan je een volledig dag doorbrengen in Elephant Village en mag je ’s namiddags de olifanten baden in de rivier voor ze naar hun slaapplaats keren.
Wij waren eerst zeer sceptisch over dit project en dachten dit het zoveelste olifantenpark was waar je een ritje kan maken in een stoeltje op de rug van de olifant, maar niets is minder waar. We leerden ook de basic commando’s die de mahouts gebruiken om de olifant te ‘besturen’, en mochten dit zelf in de praktijk omzetten. Het was echt een fantastische ervaring waarbij we ook letterlijk in de nek van de olifant zaten en met eigen ogen konden zien wat een mooi project dit is, met niet alleen oog voor het welzijn van de olifanten, maar waar ook de lokale bevolking nauw bij betrokken wordt. Meer info vind je hier
Luang Prabang verlieten we met een lichte tristesse. Met pijn in het hart, maar we moesten voort. Voor de rit die zou komen, opteerden we voor een minibusje. Een overtuigend element was drie uur minder lang onderweg zijn voor dezelfde prijs als een ‘echte’ bus. We dachten dat minibusjes ook een kleiner potentieel hebben dat er iets fout kan lopen.
“The buses of Laos probably won’t be what you’re used to, so what should you expect? It will almost certainly take longer than the advertised time. The ride itself depends on how lucky you are on the given day” (Lonely Planet’s Guide to Laos, 2010)
‘Lucky’ waren we alleszins, want een tweetal uur (en 1 stop) nadat het volle busje de stad heeft verlaten, horen we een verdacht geluid. De chauffeur zet zich aan de kant en opent de motorkap. De motor is oververhit en het water stoomt. “10 minutes” zegt hij, en zet het op een lopen met twee lege flessen naar wat we hopen een dorpje vlakbij is. Wij denken nog “oh, als het dat maar is…” .
4 stops en ettelijke liters water later geeft onze chauffeur het op en maakt duidelijk dat zijn minibusje niet naar Vang Vieng zal rijden. “Sorry my friend, bus 1 hour” zegt hij, waarop wij allemaal een diepe zucht slagen. Nog een uur wachten in de blakke zon… Ons chauffeurtje anticipeert meteen op ons gekreun en houdt het eerste het beste voertuig tegen, in dit geval een kleine pickup. Na even onderhandelen (vermoedelijk over betaling) mogen we allemaal (8 pers.) in de laadbak.
Het grote discomfort van de zachte zwartlederen zetels en airco (zeker in warme landen) ruilen we in voor een uiterst aangename, doch spartaanse rit tussen onze grote rugzakken, zware dozen & kilo's ananassen (onderweg nog meegeholpen een deel van de vracht uit te laden). Zeker wanneer we door de laaghangende regenwolken zo rond 30km/u verder hobbelden, was het helemaal feest. De allerlaatste etappe overbrugden we met een săwngthăew, een overdekte pickup met twee over elkaar staande banken. Wat een rit! Qua landschappen absoluut magnifiek! De mist en regen voegde er nog iets extra aan toe, noem het gerust ‘mystiek’. En ook de vele vreemde blikken die locals onzer richting werpen zijn werkelijk goud waard! Voor de twee meereizende Maleisische vrienden leek het in ieder geval het avontuur van hun leven te zijn. Eind goed, al goed. Met een lichte vertraging (3uurtjes) komen we aan in Vang Vieng...
PS: beste lezer, door een aanhoudende writersblock zou dit bericht nooit tot stand zijn gekomen zonder de hulp van Laurie. Dikke merci via deze weg :)
Ook onze 'kodak' is, zoals altijd eigenlijk, de laatste weken weer flink benut. Ziehier het resultaat
Ik lees nog altijd met evenveel entousiasme jullie boeiende verslagen.Bedankt om ons zo up to date te houden.Jullie foto's zijn ook prachtig.Nog veel plezier onderweg en genieten maar.
BeantwoordenVerwijderendikke knuffel,
Nancy