zondag 29 mei 2011

22 Continuïteit onderweg

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------
edit: nieuwe foto's toegevoegd tot het album "Ayuthhaya/Sukhothai/Chiang Mai" [1 juni]
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het is intussen weer een week of twee geleden dat we nog iets van ons hebben laten horen, beste lezer, de tijd dringt dus weer voor een stukje over onze belevingen on the road. Uit het reizigersleven gegrepen:


De eerste stappen op het Aziatische vasteland leidde er meteen toe dat we baadden in het zweet. Geen druppels, maar heuse stromen van zout. Het is er loeiheet en alles voelt enorm klammig. Zelfs in vergelijking met het klimaat op de Indonesische eilanden zal het aanpassen worden…
Kuala Lumpur werd weer een keerpunt waar we onze reisplannen een flinke draai gaven. Verdeeld over de dagen wikken en wegen we de opties, véél opties en praten urenlang over de kern van fietsreizen. Ondanks we elk zo onze argumenten hebben, worden zowat alle mogelijke pro’s & contra’s die onlosmakelijk vasthangen aan het fietsen één voor één zorgvuldig geëvalueerd, tot blijdschap en ergernis. We nemen een besluit (hierover direct meer)...

Inchecken voor de vlucht naar Bangkok was weer een fluitje van een cent. Met de fietsen en alle tassen kwamen we aan een 12-tal kilo overgewicht. Met lood als handbagage. Druk bezig met de mogelijkheden te overlopen hoe we de Thaise autoriteiten kunnen doen inzien dat we bijlange niet van plan zijn te immigreren met een toeristenvisum, vergat de ‘incheckdame’ de hoeveelheid dollars te noemen die we de firma nog verschuldigd waren (de tweede keer op rij dat we dit geluk hebben). Eén van de suggesties was een bezoekje brengen aan de dames van de ticketafdeling van de luchtvaartmaatschappij. Dat klanten er ook voor een “dummybooking” komen, lijkt er de normaalste zaak van de wereld te zijn. En zo zijn we een kwartiertje later eigenaars van twee stukjes papier, noodzakelijk om de incheckprocedure te voltooien. Fijne manier van werken daar bij Malaysia Airlines!

Ook vanaf we voet gezet hebben buiten het luchthavengebouw, hield de Thaise hitte ons in een wurggreep. We hebben een serieuze steek laten vallen in de voorbereidingen door ervan uit te gaan dat wanneer we eenmaal de Indonesische moesson voorbij waren (althans voor het deel dat we bezochten), de rest wel zal volgen. Een cruciale fout.
De eerste de beste taxichauffeur die ruimte had voor twee ingepakte stalen rossen, zette ons af aan Khao San Road, Bangkok’s primaire onderkomen voor backpackers en nachtraven ‘die goed gaan’ op het eten van thuis en de laatste toppers uit één-dag-hit-wonderland. Hoewel Lonely Planet haast lyrisch de slaapplaatsen omschrijft, was het toevallig net niet de straat waar we naartoe wilden (we hebben het later één nacht een kans gegeven en kregen er dik spijt van!). Toch was het daar waar het oude taxichauffeurtje ons dropte, geheel tegen onze vraag in. We zouden “vlakbij” ons adres zijn, zo verzekerde de brave man ons, een fooi ontvangend. Hij wist het van in het begin niet en speelde maar op veilig door ons af te zetten waar iedereen doorgaans wordt afgezet. Helaas was het in werkelijkheid een stuk verder zodat we in den donkere op ’t voetpad nog aan de montage van onze fietsen mochten beginnen. Na een uurtje zoeken, en geregeld vragen, geraakten we eindelijk op de bestemming, waar recht voor de deur een taxi stopt…

Na een paar dagen “ontdekten” we toevallig Bamboo Guesthouse, als vierde adresje, in een rustige wijk net buiten de toeristische omwalling (als het ware). Heer des huizes is een kranige 80’er die meteen de regels voor gasten introduceert op een manier dat een gewaarschuwd man er meteen twee waard is. In ieder geval belandden we in een redelijk ruime, lichtjes Spartaanse kamer met muren uit dun hout. In de gangen staan antieke decoratiestukken met aan de wanden ingelijste sepia-foto’s van de koning en een afbeelding met ‘walking on your toes is good for a long life’ eronder. Mede dankzij de regels bleef het toch rustig in huis…

We verschoten van hoe modern Bangkok is, als eerste indruk. Er zijn wel groezelige kanten, maar niet over ’t algemeen. Wat meteen opviel was hoe afgewerkt de tempels zijn, met oog voor detail. Gouden daken schitteren in het zonlicht. Wat een contrast met Indonesië!
Fietsend verkennen we de stad, nemen de skytrain naar de gigantische Chatuchak-weekendmarkt of springen aan boord van één van de lange, smalle kanaalboten, die bij iedere halte pendelaars zo’n 10 seconden de tijd geven op of af te stappen. Vanaf dan sjezen ze razendsnel door de grachten. De geur van het zwaar vervuilde water is niet te harden, toch is het bootnetwerk uiterst efficiënt. Naast het grauwe grachtenwater, waarin enkele kinderen vrolijk plonzend de dag doorkomen, nemen we nog een aantal andere geuren in ons op: de donkere wolken van wierook & uitlaatgassen, gegrilde sate’s vanaf de eetstalletjes op de trottoirs, urine van mens en dier en het ergst van al, de misselijkmakende durian-vruchten. Een killer! IJskraammelodietjes spelen in de kleine achterstraatjes, tuktuks en oude Hino-bussen trekken op. Hier en daar rochelt er iemand zich suf. The sound of the city.

Iedere keer we ons ook maar in de buurt van Thanon Khao San begaven, vlogen de aanbiedingen ons om de oren. Er was haast geen ontkomen aan. Vijfentwintig keer "Suit, sir?” no thank you, I never wear suits. Veertig keer “Tuktuk?" No, we’re just having a look around. Een keer of zeventien "Massaas (massage), misses?" Not now, maybe later. "Wanna look in my sop (shop, zo’n tien keer)?" ‘No, thank you’ verandert stilaan in ontkennend geknik in combinatie met een fijne glimlach. “Cheap beer, cheap pussy, Okay, yes?" "Pingpong-show, yes?". De glimlach verdwijnt… "Tuktuk, 10 Baht?" "Okay okay, five baht!" (nog altijd zwaar afgeript dan, wetende dat dit een rondleiding inhoudt langs verschillende "sops" waar de chauffeurs een commissie voor krijgen)… En zo krijgt de straat algauw de fijne benaming Khao fuckin’ San. Afgunst troef…

Zoals we eerder al hebben aangehaald, heeft de reis weer een flinke wending gekregen. We besluiten opzoek te gaan naar een goede keuze uit het ruime assortiment Thaise, Chinese en Vietnamese kopieën van Lowe Alpine & Deuter-trekkingrugzakken. Over het verschil in kwaliteit wordt langs verkoperskant met geen woord gerept, maar dat de Thaise versies beter zijn, dat stond vast. [we hebben kunnen arrangeren dat onze fietsen & toebehoren voor onbepaalde duur kunnen blijven staan in de guesthouse]


Vanaf nu gaan we, "Charley Boorman-gewijs", verder by any means. Als we tellen vanaf Bangkok tot in Chiang Mai, komen al op 10 verschillende transportmiddelen: boot op de Mae Nam Chao Phraya- rivier, lokale dieseltrein (3e klasse), 4x een veerpontje, 2x op single-speed fietsen, 'special express'-trein (2e klasse), 2x sŏrng-tăa-ou (bus en pickup met twee banken achterin), săhm-lór (vergelijkbaar met de tuktuks, maar dan net iets 'spacier'), 2 tamelijk comfortabele aircobussen (1 zelfs met vanachter een knusse zithoek) en een van banken voorziene brommer (zou ook tot de ‘tuktuk-familie’ behoren naar verluid).

Onder de culinaire hoogstandjes mogen we de ontelbare varianten curry’s rekenen [“little spicy, please” resulteert in Fire Ina Babylon]. Ook de zeewierbouillon mag niet ontbreken, met stukjes vlees & lichte gelei-achtige brokken, waarvan we eerst dachten dat het ook een obscuur, iets minder appetijtelijk onderdeel van 't varken zou zijn. Gelukkig was het maar goeddoorweekte tofoe.


Via de prachtige en imposante tempelsites van Ayutthaya & Sukhothai -UNESCO-werelderfgoed- reisden we naar Chiang Mai, niet zo erg ver van de grens met Myanmar. Van hieruit zullen we via wat omwegen stilaan Laos tegemoet gaan. Met de haren terug kort (J). De Mekong wacht.

Eén ding ligt ons nog op ’t hart: uit Indonesië hebben we, op topeng & batikdoeken na, ook argwaan mee als souvenir. We vertrouwen niemand meer die ons aanspreekt omdat er sowieso iets achterzit. We hopen dat de openheid en spontaniteit van in Nieuw Zeeland snel wederkeert.
Als voorbeeld: aangekomen in een busterminus worden we onmiddellijk omringd door een horde op commissie azende lui die allerhande kaartjes van guesthouses aanreiken, vragen wat onze plannen zijn, transport aanbieden naar het centrum etc. "Laat ons doen, laat ons gewoon gerust!", is een eerste reflex. Gelukkig grotendeels in gedachten. De schaal van de kaart die we hebben blijkt grandioos verkeerd te zijn, iets meer dan 500 meter blijkt ineens 4km te zijn. We twijfelen. Aan hetgeen mensen rond ons zeggen omdat we vermoeden dat het enkel om hun voordeel draait. Mensen negeren. Weggaan. Beginnen te wandelen en beseffen dat de afstanden een stuk groter zijn dan gedacht en alsnog transport moeten tegenhouden (waarschijnlijk iemand die ook bij die bushalte rondliep) en naar de prijs vragen. Zo hard beschaamd zijn. Even later valt het voertuig stil, zodat de schaamte even van ziel wisselt. We blijven staan aan de kant van een druk vierbaansvak terwijl de chauffeur van de brommertaxi in de verte helse toeren uithaalt om, zijn broodwinning voortduwend, de banen over te steken tot bij een tankstation. Doordat de man de hele situatie probeerde weg te lachen, vertrouwden we het niet, ons gevoel zegt dat we de rugzakken bij ons moeten houden... voor niks zo blijkt. Bange blanke man. Willem Vermandere slaat de nagel op de kop.

2 opmerkingen:

  1. Jongens jullie reizen bliksemsnel!
    lees ik even jullie blog niet en jullie doorkruisen zonder verpinken een drietal landen en laten jullie je fietsen voor wat ze zijn: veilig weggeborgen tandwielen. Maar goed, ik kan vaststellen dat jullie een ritme gevonden hebben. Laat het nu maar lekker op jullie inwerken. Langzaamaan zal het ritme de tijd wel verorberen.

    Liefs,

    Jeroen

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hey Jeroen,

    dank voor de reactie, leuk om te lezen! :)

    vele groeten uit Laos, waar de moesson zijn start niet heeft gemist,
    J&L

    BeantwoordenVerwijderen