Yogyakarta, oftewel kortweg Yogya [Djogdja], was een uiterst aangename verrassing en deed ons blijven. Uiteindelijk langer dan een week. Dit is zowat de eerste stad waar zoveel te beleven is, dat we er graag onze tijd voor namen. We moeten beginnen bij het begin van iedere dag: de ochtend. We wandelen door ‘t tuintje van onze homestay, op een steenworp verwijderd van het Tugu-station, naar de Coffee Corner. Naast koffie (echte en geen Balinees of Lomboks gruismengsel) zijn het vooral de dubbel gelaagde banana chocolate pancakes die de show stelen. Voortreffelijk om hiermee daags eerste fond te leggen! Moest het bestaan, werd dit voor heel even ons ‘stamontbijtcafé’. Terugdenkend aan die goddelijke pannenkoekskes komt het water al weer in de mond!
Vanaf dan, vulde iedere dag zichzelf in, geleid door wensen of gewoon door het lot. We probeerden het brede spectrum van transportmogelijkheden uit, waar onder meer de becaks, taxi’s, lokale bussen en andongs (paard & kar) toe behoren. Zwaar onderhandelen én informeren naar de gangbare tarieven is een must, want waar toeristen zijn valt poen te pakken, zo redeneert een gemiddelde chauffeur (niet verkeerd gedacht want we zouden het ook doen in hun situatie).
Een mooi voorbeeld van een cultuurshock is de Gembira Loka Zoo. Een euro’tje inkom deed al iets vermoeden, maar eenmaal voet binnen te hebben gezet, geloofden we soms onze ogen niet. Kleinbehuizing (een nijlpaard kan amper in zijn modderpoeltje) en een gebrek aan water & voedsel is de norm. Heel wat zoogdieren waren uitgemergeld. Honingberen stonden op hun achterpoten, smekend om een lekkere hap (zie foto in de ‘Java’-map). Olifanten waren vastgeketend, wat resulteerde in onrustig gedrag. Voor 10,000rp (+-80cent) heb je een ritje op een licht-bejaard exemplaar. Iemand gaf hen een plastic zak als “snack”. Het reptielengedeelte, o.a. met het perk van de Komodo-varanen, was nieuw en zag er goed uit. Het geeft goede vooruitzichten voor de toekomst. In ’t algemeen is deze zoo dus niks voor Gaia-sympathisanten. Een beetje gênant waren de vele blikken van bezoekers naar ons gericht en niet naar de apenkooien waarin orang-oetangjongen uit verveling wat rondjes zwierden…
In een straatje, ietwat achterin, kwamen we bij een batikgalerij, op aanraden van leraar uit Surabaya. De ontmoeting, in de schaduw van het Kraton, leek oprecht. Zeker omdat hij naast een groep, wat wij dachten dat zijn studenten waren, stond. De man vertelde in prima-Engels over de logistieke kant van het hele schoolreisgebeuren en sprak even later voor ons een prijs af met de becak-bestuurder. Een mooie prijs, zo bleek. Twee dagen later zagen we die zelfde zogezegde leraar uit Surabaya weer rondlummelen bij het Kraton. Geen klasgroep bij hem deze keer, enkel wat oude mannen, nippend van hun glazen thee. We gingen recht op de man af en vroegen wat de hele leugen te betekenen had. Dit niet verwachtend, stamelde hij iets over “een vergissing”. Het was ‘em wel degelijk. Enfin, in ieder geval hebben we het batikproces eens van dichtbij kunnen bekijken. Het is een monnikenwerk om een doek af te werken!
’s Avonds hebben we bij enkele warungs een net geen "morgen garantie problemen"-ervaring opgedaan. Ondanks we iedere keer lekker gegeten hebben, was het soms wel kantje-boord. Zou ons spijsverteringsstelsel al iets meer aankunnen sinds vertrek?
Aanschuivend aan één van de loketten aan de hindoetempels van Prambanan, zagen we dat de inkom het veelvoud is voor niet-Indonesiers (onze fout, we hadden het van te voren moeten opzoeken). Even probeerden we nog iets uit onze duim te zuigen en overhandigden onze SIS-kaarten [“Student Identity System” klinkt toch goed?]. Geen succes, want de heren aan de kassa wilden bikkelharde bewijzen zien, dus bedankten we er 'vriendelijk' voor, dronken nog een koude Tehbottol op de hoek van 't straat en namen de lokale bus terug richting Jalan Malioboro. We vonden dat we een keuze moesten maken, of Prambanan of naar Borobudur (dit stond ’s anderendaags op ’t programma. Weer met lokale bussen, een uitstap op zich!).
Tussen het bezoeken van toeristische doelwitten door, speurden we winkeltjes af naar batik, houten topeng-maskers en, jawel, een broek. Aangezien ik (J) al haast een half jaar dezelfde korte broek aanhad, werd het wel eens tijd voor een beetje variatie in de garderobe : )
De dagen in Yogya vlogen best voorbij. We dachten na over een vervolg van de reis. Aanvankelijk stond Sumatra nog gepland, maar omdat het wat nipt ging worden met onze visa besloten we om een vlucht te zoeken en enkele dagen later door te vliegen naar Kuala Lumpur, Maleisië, waar we vijf dagen bleven plakken. We ontdekten de Central Market, proefden kleipotgerechten in Chinatown, namen de monorail naar de Petronas Torens en zwierven langs de koloniale gebouwen met de skyline op de achtergrond. Een boeiende stad, Kuala Lumpur, magneet voor mensen uit alle hoeken van de wereld.
hallo,
BeantwoordenVerwijderenik denk dat ik het ideale hebbedingetje voor jullie gevonden heb :-)
http://www.hln.be/hln/nl/1901/reisnieuws/article/detail/1267245/2011/05/20/De-mooiste-tent-op-de-festivalcamping.dhtml
groetjes,
Mitch