De oostkust bleven we verder volgen tot Christchurch, grootste stad van zuidereiland. De meeste nachten slapen we in ’t busje op basic DOC-campings* of “gewoon ergens”, zoals onder de bomen op een picknickplaats. Veel plaats binnenin is er niet (zelfs minder dan in ons VW T3’tje), toch hebben we alles dat we nodig hebben. In Napier vonden we op een zondags rommelmarktje Scrabble voor ‘een stuiver en een cent’. Al veel plezier van gehad!
Reizen per auto geeft zoveel meer mogelijkheden. 80 procent van het land dat we tot nu toe gezien hebben, hadden we nooit per fiets kunnen doen (o.a. alpine-gebied en schiereilanden). De grotere ecologische voetafdruk is iets waar we ons –beetje beschamend- ten volle van bewust zijn. Vanaf Indonesië springen we terug op onze véloos!
31 december. We bevinden ons op een miniem (onbewaakt) gemeentelijk campingske, gelegen in een bos aan de monding van Hurunui River (enkel te bereiken via een kilometerslange gravelweg). De rivier volgen we, ontdekkenderwijs, tot waar deze de Stille Oceaan in stroomt en klauteren, al dan niet met behulp van wat boomstammen over de rotsen langs de met gras begroeide kliffen. Hier en daar was er door erosie al een heel stuk naar beneden gekomen. Het is een grijze dag waarop we geen fluit zouden zien van het vuurwerk. Niet dat het er was, want op één enkele erg enthousiaste “happyyyyy new yeaaaaaarrrr!!” na, en ‘t geplop van de kurk op onze fles, is het nieuwe jaar haast geruisloos van start gegaan. We zijn te ver van de bewoonde, stilaan dronken wordende wereld om meer te ervaren van oud naar nieuw. Het was een zaligheid de ochtend nadien, voor ’t eerst in jaren, wakker te worden zonder een knoest van een kater.
Via een kleine omweg belanden we die de eerste januari in een buitenwijk bij Christchurch. We ontmoeten Mike & Manuela (familie van Laurie) en hun kinderen. Bij hen mogen we onze fietsen en een deel van onze bagage achterlaten. Waarvoor dank!
Luisterend naar The Stones (“Flowers”), Derroll Adams’ Feelin’ Fine en de plaatselijke Radio Nostalgie (zolang de ontvangst strekt) rijden we naar Akaroa, op Banks Peninsula. Alleen al de weg ernaartoe is de verplaatsing waard. Kamperend in een baaitje maken we kennis met Tony in zijn jaren ’50, met hout afgewerkte Bedford housebus. Samen met zijn kat is de bus al twee jaar zijn thuis. Noem hem gerust een oude hippie. Housebusses en –trucks zijn hier overigens geen zeldzaamheid. We zien ze geregeld staan in tuinen of aan de zijkant van een huis. Waar zijn de oldtimer-bussen in België gebleven??
’s Anderendaags kunnen we mee met de FOX II, een 90-jarige zeilboot, waarmee we vanuit Akaroa Harbour voor een paar uur de zee ingaan. Hectordolijnen zwemmen langs, onder en voor het schip. De kapitein loodst ons langs kolonies kleine, gele pinguïns, zeehonden en allerlei wild gevogelte, op en rond de rotsen. De thermometer geeft dertig graden aan. Genieten!!
Eenmaal terug aan wal duiken we de koelte tegemoet vanaf “ons” baaitje.
Terug in Christchurch rijden we het centrum in, opzoek naar de immigratiediensten. Terwijl we een aanvraag indienen voor de verlenging van ons visum, beeft het gebouw. Amper twee of drie seconden, al voelde het langer. De loketbeambte keek nauwelijks verrast op en vroeg “is it a big one?” Paniek ontstond er niet. Verderop zagen we hoe brokstukken een hele straat blokkeren. De schade van de aardbeving in september was nog lang niet hersteld. Verschillende gebouwen staan in de steigers. Hier en daar ligt glas op de stoep. (we hebben ons laten vertellen dat de mensen hier aardbevingen zoals wij even gevoeld hebben gewoon zijn. Dagelijk beeft de aarde, zeker in deze regio, verschillende keren. Alleen die van 4 of meer op de schaal van Richter zijn voelbaar)
De stad laten we spoedig achter ons liggen en volgen Highway 73, de weg over Arthur’s Pass. Van zodra de weg omhoog begint te slingeren, belemmert dichte mist ons het zicht. We kunnen amper tien à vijftien meter ver zien. Regen miezert zich een weg doorheen de oprukkende duisternis. Van vijfde naar vierde, van vierde naar derde en van derde uiteindelijk naar tweede versnelling. Ons busje kan net de eerste pas over. Omdat we nu geen steek meer zien, zetten we ons aan de kant. Als de mist stilaan wegtrekt, merken we dat we naast een meer staan. Beschut in de shelter koken we een rijstmaaltijd en thee. Terug in de bus lezen we ons de nacht tegemoet en houden ons hart vast voor wat nog komen moet.
De weg over Arthur’s Pass was niet om mee te lachen. Regen, veel regen, harde frontale wind en lichte mist. Nu en dan een korte opklaring. In het DOC-visitor Centre informeren we naar de weersverwachtingen. Het ziet er niet al te fraai uit voor de volgende drie dagen. Het is al enkele weken vrij slecht weer in de Alpen & westkust (hier en daar een relatief goeie dag tussendoor). Het belooft nog even zo te blijven, zodat we de klim naar Avalanche Peak maar uit onze kop moeten zetten. Wind joeg de bus een paar keer haast van de baan. Wolken hangen laag boven Arthur’s National Park en rivieren zoeken zich een weg over en langs het asfalt. Gletsjers voeden de zwellende waterwegen. Nostalgisch denken we terug aan de eerste weken van onze reis. Zon van ’s morgensvroeg tot ’s avondslaat, we kunnen er alleen van dromen!
Gelukkig werden we na een nacht met non-stop regen wakker met zon zowaar! Het meer waar we stonden was nog in grootte toegenomen, te zien aan de houten picknickbanken die tot aan het tafelblad in ‘t water stonden.
In Franz Jozef-village legden we ons oor te luister naar de weersverwachtingen voor de volgende dagen. ’t Zag er behoorlijk goed uit. Toch goed genoeg voor een meerdaagse trek. Eindelijk! Euforie alom! Meteen erna begonnen we te stappen tot aan de voet van de gletsjer waar het dorpje naar genoemd is. We liepen door een stenenvlakte, omringd door begroeide bergen van waaruit grote watervallen de zwaartekracht ondergaan. Daar lag hij dan, de blauwwitte majestueuze ijsvallei tussen de bergtoppen geklemd. Als een gezaghebber met sterallures als het ware. IJsbrokken slingerden in de kolkende rivier.
Morgen kunnen we eindelijk voor een paar dagen de natuur in. Hierover meer in't volgende verslag!
*DOC - Department of Conservation: staat in voor ’t natuurbehoud van tal van nationale parken en voorziet o.a. een heel aantal kampeerplaatsen verspreid over de 2 eilanden. Een groot deel ervan is helemaal gratis (‘basic’, nauwelijks voorzieningen – deze campings zijn vaak aan een meer of rivier) of voor een paar dollars – de zogenaamde ‘standard’ of ‘serviced’ campings.
dankzij jullie prachtige foto's en jullie boeiende verslaggeving kunnen wij meegenieten van jullie spannend avontuur.
BeantwoordenVerwijderenIk wens jullie nog veel plezier onderweg.
Groetjes, Nancy
Hee Joris en Laurie!
BeantwoordenVerwijderenIk heb al herhaalde keren geprobeerd, maar mijn boodschappen bleken steeds meer dan 300 karakters te bevatten, daarom nu meteen dan toch maar dit korte bericht.
Ik lees en herlees en bekijk jullie foto's met een steeds weer verrast innerlijk (soms te horen) Oooh! Heerlijk is 't zo getuige te mogen zijn van je wedervaren!
Schitterend hoor. Heel erg bedankt!!!
En nog mijn allerbeste wensen voor dit nieuwe jaar!
dikke knuffels, Lutje
Godallemachtig wat leest dit mooi en wat oogt dit verbluffend. Ik hoef jullie niet eens ontzettend veel plezier te wensen. Het meer klassikale: 'doe zo voort', zal volstaan. Misschien nog: 'een kilometer achteruit en een klepper van een timefreeze.' En af en toe de zin om ons te verblijden met wat lectuur. Want o zo graag hadden wij onze jaloezie op peil gehouden en jullie vreugde in dat geheugen genoteerd.
BeantwoordenVerwijderenLiefs, liefs, liefs,
Jeroen
dankuu dankuu voor deze zeer fijne commentaren, Lutje, Nancy & Jeroen. Echt merci :)
BeantwoordenVerwijderenvolgende teksten zijn in de maak!
vele groeten uit een zonnig Queenstown, NZ,
J & L