De Copland Track, op papier een gemoedelijke hike; haalbare kaart. Was het niet! Beste lezer, we kunnen U op het hart drukken dat dit niet zo was. Op ons communiezieltje (als we dat hebben) kunnen we dit zweren. Vol goede moed, in de stijl van “neem uw goed humeur mee”, zoals we dat vroeger voor ’t begin van een schoolreis steevast verteld kregen, en ieder een bepakte rugzak, reden we van het dorpje Fox Glacier naar het begin van de track. Na vijftig meter vanaf de parking mochten we blootsvoets de brede, doch ondiepe (Karangarua) rivier van stromend gletsjerwater door, richting het eigenlijke begin van de wandeltocht (er was ook een noodbrug voor als het waterpeil te hoog was, alleen was die 45minuten stappen verder). Onze voeten drogend van het ijzige water, werden we meteen aangevallen door sandflies. Geniepigaards! Tijdens het treiteren van mensen, houden de vliegjes - kleiner dan een gemiddelde mug- er een uiterst fijne werkwijze op na: ze bijten de huid (eender waar) open en wachten tot er een beetje bloed uitstroomt. Dan werken ze dit rustig naar binnen. Als mens blijven we na deze actie achter met een irritatie/pijn die bewust of onbewust aanzet tot krabben [soms tot bloedens toe of zo hard dat de opperhuid van mijn voet voor een heel stuk openlag, J]. Muggen handelen dan nog een stuk beschaafder, zo lijkt.
Enfin, terug naar de Copland Track. De weg liep bijna ononderbroken door dik begroeide bossen, qua flora een mélange van hoofdzakelijk allerhande soorten varens, palm- en naaldbomen, dikke lagen mos en lianen. We moesten langs en door watervalletjes en glasheldere stroompjes, langs kleine stukken moeras en zompige bulten van gras. Het heeft iets van een regenwoud. Hier en daar was op deze tocht (34 kilometer) een kleine vlakte. Een deel liep ook over rotsen en keien, parallel met Copland River. In de bossen was maar een klein deel “echt een pad”. Het werd klimmen & dalen over rotsen, boomstronken en –wortels, door water en modder. Zo nu en dan liepen we één per één over een wiebelige staalkabelbrug. [dat een tramp meestal een ruw pad heeft en geen echt ‘weggetje’, hebben we pas achteraf vernomen]. De tocht duurde negen uur. De laatste twee uur zochten we, haast in trance, ons een weg over de track en kwamen uitgeput aan de Welcome Flat Hut, gelegen in een kleine open vlakte en omringd door licht-besneeuwde bergen. Uniek aan deze hut is de aanwezigheid van drie hot pools (geothermische warmwaterbronnen), op een minuutje ervandaan. Het water in ‘t minst warme, dampende poeltje was rond 40 graden Celcius (in het heetste 60 graden, dus echt hot!). Daarin gaan liggen was hemels na de zware inspanningen van de dag. Ondertussen was de zon helemaal achter de bergen en bevond de vallei zich in een evoluerende schemertoestand. Wanneer de mensen gingen slapen, stopten de vogels met zingen. Krekels ‘kreekten’ lustig voort, bijna tegen de sterren op.
Vijf uur ’s ochtends. Wij, in totaal 31 trampers lagen rustig te knorren op de bunk (slaapplatform) wanneer plots het brandalarm afging. De sirene loeide en een repetitieve, ingesproken mannenstem verzocht alle aanwezigen stante pede het gebouw te verlaten. Daar stonden we dan, in in ’t kot van de nacht, met z’n allen licht-gekleed in den donkere/koude. “What a lovely morning isn’t it?". De DOC-ranger/conciërge bleef er positief bij. Na een inspectie door dezelfde ranger bleek het om loos alarm te gaan en mocht iedereen weer richting bedstee. Een belevenis!
De tocht terug werd afmattend. Raar maar waar zwaarder dan de heenweg. Laurie kweekte een aantal bleinen. Haar voeten werden uiterst pijnlijk zodat ze de laatste uren serieus op haar tanden moest bijten. Door de rugzak had ik irritatieplekken op de rug en rond de schouders/oksels, die hoe langer hoe pijnlijker werden en ondersteuning van de rugzak van onderuit noodzakelijk was. Na twee uur vanaf de hut maakte ik bij ’t oversteken van een stroompje ook een onnozele misstap, zodat de schoenen uit moesten. De rest van de dag liep ik op sandalen. Gelukkig geen enkele blein. Alletwee waren we maar al te blij wanneer we voor de laatste keer door koud water moesten. Ons busje stond op een boogscheut van de rivier en deed ons hunkeren naar lekker eten en een zacht beddeke.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten