donderdag 30 december 2010

06 Stillekes van Noord naar Zuid

Nieuw Zeelandse weken tikken weg tijdens het alsmaar verder verkennen van het land. Van The Coromandel reizen we naar Napier, Hawkes Bay. De stad is in 1930 zwaar getroffen door een aardbeving. Voor de wederopbouw gaf het stadsbestuur destijds architecten de opdracht om voor de gebouwen in ’t centrum plannen te tekenen in een zelfde stijl. Anno 2010 is ‘art deco’ nog steeds het sleutelwoord voor de stad Napier. We worden opgewacht door Maureen, wie we afgelopen zomer toevallig leerden kennen op een trouwfeest in Italië. De volgende (kleine) twee weken werden ‘easy going’: flaneren door ’t stad, pompelmoezen plukken in Maureen’s tuin, koffie drinken en testritjes maken met potentiële busjes. De queeste om een busje te fiksen miste zijn start niet! Na vele tientallen online-advertenties aandachtig te hebben doorbladerd, een autoveiling (ons maximumbod voor een prachtige camper werd nipt overboden) en menig telefoongesprek later, zette een buschauffeur ons af in Dannevirke. Voor ons stond een beschilderde Toyota Townace uit 1992. Voor een zacht prijsje. Ik (J) startte de dieselmotor van dit kampeerbusje en reed een rondje door het centrum van het plaatsje, dat ooit gevormd werd door enkele Deense pioniers. Het busje zag er, qua interieur, roest en ook motorisch (voor zover we daar enig oordeel over vellen konden) prima uit. De kilometerstand –niet ver van de kaap van driehonderdduizend - verraadde vervroegd pensioen, toch waren we verkocht!
Eén enkel formulier invullen (in het postkantoor) volstond om het eigenaarschap te wijzigen. Verbaasd waren we te constateren dat een mens maar zo weinig energie dient te steken in de oogst die de bureaucratie gezaaid heeft. Naar een rijbewijs kraait geen haan (over de vorige eigenaars zouden we een apart verslag kunnen schrijven, doch om het kort te houden, denk aan dreadlocks, lange baard, zelf groenten telen, een eigen koe voor melk & kaas, op blote voeten hout halen voor de kachel enz – daarom dus een beschilderd busje : ) )
Via slingerende paddekes voert de weg terug richting Waipukarau en uiteindelijk Napier. Herders leiden kuddes schapen over de weg van de ene wei naar de andere, soms kilometers verder.
Via Peter, doener en zelfstandig schrijnwerker van beroep, kreeg de bus een heuse upgrade: het gammele houtwerk achteraan werd vervangen door degelijke schabben en een uitschuifbare tafel. Nog enkele kleinere aanpassingen waren noodzakelijk voordat we eindelijk verder konden (zoals de fietsen op praktische wijze mee te krijgen).

On the road again, het voelde goed! Rust is deugdzaam, maar roest ook. Het brengt een ongerafelde luiheid in een mens naar boven. Toch, tussen het pompelmoezenplukken door, hebben we de afgelopen dagen plannen gesmeed om een tocht van een paar dagen in het vulkanische Tongariro-gebergte te doen. Het weer bij aankomst zag er veelbelovend uit: helder (haast geen bewolking) en quasi windstil. De toppen vroegen om beklommen te worden!
Helaas moesten we onze plannen wijzigen door de weersprognoses. Vertrek richting eerste hut werd iedereen ten stelligste afgeraden. Bussen, voor de reeds watertandende klimmers bij de gedachte aan de dagtocht over het zadel van de Tongariro, werden voor de eerste dagen van het programma geschrapt. De wind joeg zich tegen 90km/u tegen de bergwand, waardoor zelfs de doorwinterde klimmer moeilijkheden zou ondervinden. Toch hoopten we op beterschap tegen de ochtend en parkeerden ons busje voor de nacht.
Beterschap kwam er niet, integendeel. ’s Anderendaags was het grijs en flink koeler. Wolken hingen dreigend over het hele nationale park. Met onze staart tussen onze benen blazen we noodgedwongen de aftocht. Het had nochtans de moeite geweest. Ook een meerdaagse kanotocht over de Whanganui-river en het circuit over de rug van het Tararua-gebergte (aanvankelijk ons alternatief voor Tongariro) zit er deze keer niet in, gezien de ligging, op een boogscheut hiervandaan. Jammer maar helaas…
Na een omzwerving via Palmerston North (het zoveelste stadje op ons palmares waar geen hol te zien is), waar we hoopten onze visa te verlengen maar wat niet gelukt is omdat de overheidsdiensten blijkbaar veel verlof krijgen in de kerstperiode, belanden we in windy Wellington. Er was ons al verteld dat het in Wellington dikwijls stevig waait vanwege zijn ligging aan Cook Strait, maar wat we hier aantroffen ging onze verbeelding te boven. Wind, zoveel wind dat we dachten dat we met auto en al de lucht in zouden gaan. Een man liep z’n hoed achterna, paraplu’s knapten. Dit buiten beschouwing gelaten is Wellington veruit de aangenaamste stad tot nu toe. Gezellige straatjes met café’s die wonderbovenwonder een pak later open zijn dan de gebruikelijke 17u, een wandelpromenade langs de waterkant die leidt naar het Te Papa museum (een must do voor de hoofdstad!). Twee dagen later zitten we op de ferry naar ‘t zuidereiland. Straalblauwe lucht, appelblauwzeegroen water en het land dat prachtig verlicht boven de oceaan uittorent, vormen het decor van de overtocht. Al dagen kijken we reikhalzend uit om in Picton aan land te gaan.
Vanaf het moment dat de kapitein ons de Marlborough Sounds instuurt (letterlijk), is er een opvallende toestroom van passagiers richting het bovendek, op de 10e verdieping van het schip. Fotografen en liefhebbers van bewegend beeld stellen scherp en drijven hun kennis & kunde tot het uiterste. Geklik in de Sounds. Ons deed dit deel van de overtocht terugdenken aan de reis naar Noorwegen door de Oslo Fjord. Als je goed kijkt kan je hier en daar een huisje met aanlegsteiger zien, aan de voet van de groene, uit het water rijzende wildernis.

Eenmaal aan wal, kiezen we Highway 1 via Blenheim richting Christchurch. De azuurtint van de oceaan blaast ons van onze sokken. Dorre, beige grasvlaktes en groene heuvels wisselen elkaar in sneltempo af. De weg flirt met de spoorlijn, gelegen tussen de zee aan onze linkerkant en het rotsige massief, aan onze rechterkant. Nu en dan steken we een brede rivier over.
Halt houdende om een baai te overschouwen, valt ons oog op een zeehond, die op anderhalve meter van onze voeten in ‘t gras tegen een rots lag. Onze eerste reactie was: “die is zeker dood, een levende zeehond zie je alleen maar in de zoo”. Groot was onze verbazing toen we opkeken en omringd waren door een hele kolonie (20 à 25). De geur had al een belletje moeten doen rinkelen. Niet te harden! Deze dieren stoorden zich helemaal niet aan de menselijke aanwezigheid, meer nog, het was alsof ze poseerden. Niet ver van de rotsen, parkeerden we ons busje voor de nacht.
Nu nog zo snel mogelijk ons visum laten verlengen. Hier is veel te zien!

2 opmerkingen:

  1. Hallo daar,
    Toevallig iets gehoord van de aardbeving in Christchurch ? 26 dec denk ik .
    Iedere keer dat ik een nieuwzeelandse wijn verkoop moet ik aan jullie denken !
    Walter

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hoi hoi joris en Laurie,

    Ik werd vanochtend vroeg gewekt door de postbode die een wel erg speciaal pakje bij zich had. MERCI! Een prachtexemplaar voor mijn collectie ;) Ik heb er al de hele dag mee rondgelopen. Ik hoop dat alles goed met jullie is en dat jullie een fijne Kerstperiode meemaken! Hier in België was het alvast een witte kerst door de sneeuwval van afgelopen weken. Morgenavond zal ik nieuwjaar vieren in Antwerpen, ik heb er het raden naar waar jullie de overgang van oud naar nieuw gaan vieren maar in zo'n mooi land vinden jullie vast wel een goed plekje. Veel succes met jullie visa, ik hoop dat jullie je verblijf kunnen verlengen.

    Nogmaals bedankt voor het kerstkadootje en alvast een gelukkig nieuwjaar!!!!

    Mattias

    BeantwoordenVerwijderen