[edit 2: 5 landschapsfoto's toegevoegd tot "Marlborough Sounds"-album - 21/2/11]
[edit: nieuw fotoalbum "Marlborough Sounds" toegevoegd - 18/2/11]
Het leven on the road kan schoon zijn, beste lezer. Zeker weten. We slapen lang, soms bijna ’t klokske rond en worden wakker van de zon die ons, onopzettelijk weliswaar, uit ons busje wil krijgen. Alle andere kampeerbusjes zijn meestal al terug op pad als we ons onder de levenden begeven. Afhankelijk van de zwermen sandflies, die watertandend bij de geur van bloed op ons afgestormd komen, ontbijten we ter plaatse (vaak muesli, brood & koffie). Anders maken we dat we startensklaar zijn en zien de eerste kilometers onder de wielen verdwijnen. Al rijdend gooien we de ramen open en sporadisch ook al eens een deur. De vliegjes die we in ’t vizier krijgen nijpen we de dood tegemoet en dit, terwijl we krabben als zotten. Een sketch van In de Gloria herinnert ons dan -tot groot jolijt!- luidop aan “doe’wet doe’wet, drei kere doe’wet”. Moet nogal een zicht zijn ons op zo’n moment te passeren!
Het rijden wordt geregeld onderbroken voor een fotostop, ook los van een bezienswaardigheid. Of we zetten de bus aan de kant voor koffie en een pie [:paai]. Pies, al dan niet in een vegetarisch jasje, vinden we hét voorbeeld van de Nieuw Zeelandse haute cuisine. Omdat ze vaak handgemaakt zijn, verschilt de smaak telkens. Onder het motto ‘one pie a day keeps the doctor away’, proeven we maar al te graag de verscheidenheid in smaak en textuur.
Ook leuk is een blitsbezoek aan de lokale opp shop, een tweededehandswinkeltje met allerhande leuke prullaria, om onze picknickmanden aan te vullen met bestek of een bord of om een trui aan te schaffen voor een niemendal.
Met een gemiddelde, heerlijke maximumsnelheid van 80 km/u, glijden we door het landschap. De highways zijn zo goed als altijd tweebaanvakken (één strook per kant), wat maakt dat we geregeld een voertuig langs onze rechterkant voorbij de stippellijn zien rijden. Doch een norse blik krijgen we zelden te zien. Meestal glimlachten de inzittenden, soms wuiven ze. Wanneer we duidelijk trager zijn en dusdanig als locomotief fungeren, maken we zo veel mogelijk gebruik van de pechstrookjes. Gedurende die paar seconden “off-road” zijn we dan weer locomotief af, zodat zulk een actie met een dubbel geclaxonneer wordt beloond. Iedereen blij dus. Occasioneel bollen we tegen zestig per uur over kleinere wegen, om nog meer te kunnen genieten van de immer veranderende omgeving.
In de late namiddag start de zoektocht naar een geschikte plek voor de nacht. Soms kamperen we legaal, dan weer iets minder. De meeste ‘legale’ nachten brengen we door op een DOC-camping: met een absoluut minimum aan faciliteiten (toilet, water & zo nu en dan ook een vuurplek – een betaalsysteem op basis van eerlijkheid), voor slechts een handvol dollars. Deze plekken situeren zich meestal in een bosrijke setting met een meer of rivier op een steenworp verwijderd. De zwermen muggen en sandflies (soms ook een muis) krijg je er zo bij, wat dan weer de verveling –absoluut nooit aanwezig, maar in ’t geval ze moest ontstaan- omzet in een bezigheid.
De mensen die we onderweg ontmoeten zijn allen enorm vriendelijk & klaar om te helpen. Het contrast met het leven thuis is best groot. Geregeld stellen we ons, puur hypothetisch, de vraag of niet verenigd Vlaanderen hierheen zou moeten komen. Gewoon voor een paar weken maar, om te ontdekken dat de mens, globaal genomen in een wereld vol uitzonderingen, een sociaal wezen is naar ALLE mensen toe en niet enkel naar z’n kenniskring. Bij wijze van illustratie: we constateren dat het maar zelden voorvalt van een voorbijganger geen “good day” of groet toegeworpen te krijgen of dat een kassierster –al dan niet gemeend- vraagt “how are you today?”. De meesten houden het op “hi (there)” of “hello”, wat –bij ons thuis- nog altijd ver boven de gemiddelde communicerende passant uittorent. Zelfs een uitzonderlijk norse garagist laat meteen z’n werk vallen om te horen waarmee hij kan helpen. Wanneer we nog op de pedalen stonden en even aan de kant van de weg de kaart bekeken of aan de fietsen sleutelden, stopte er meer dan eens een auto om te vragen “are you all right, guys?”. Heerlijk, toch?!
[het moet gezegd, we zijn ons ten volle bewust dat iedereen die dit leest een uitzondering vormt op deze kritische noot!]. Waar is het veranderd dat mensen hun buren niet meer kennen?
Misschien is het omdat we zo ver van huis zijn dat we ons van die vragen beginnen te stellen. Vragen in verband met de humane communicatie, vragen over de interactie met mekaar. Misschien ook omdat we zien dat het ook anders kan en dat de gevolgen hiervan best verregaand kunnen zijn. De mens als gelukkig wezen, terug naar de wortels van het bestaan.
Enfin, terug naar het eigenlijke reisverslag! In een notendop een blik op het vervolg van onze trip op zuidereiland:
Van Fiordland zijn we door de provincie Otago stilaan terug naar Canterbury gereden. Onze paspoorten, van verlengd visum voorzien, moesten opgepikt worden in Christchurch. Omdat dit wel eens onder de neus geschoven moet worden van een strikt-haar-werk-doende caissière (onder meer bij de aanschaf van druivensap van hoge gisting), maakten we maar al te graag een ommetje. Nuja, ommetje, we zouden eigenlijk toch terug noordelijker gaan en zouden dan toch min of meer de grote stad moeten passeren. De hoofdwegen zijn hier beperkt en een cluster van straten kriskras door de vele nationale parken blijft hopelijk nog lang uit (laat ons de vingers kruisen!). Vanaf de stad reden we via Lewis Pass de westkust tegemoet. Regen en zonneschijn vechten duels van hoog niveau met elkaar uit, wat de ene dag mooi maakt en de andere weer iets minder.
Zover als we konden, bleven we oceaan aan onze linkse kant houden en belandden na de laatste kilometers op een onverhard baantje in het meest noordelijke plaatsje aan de westkust. Het einde van de rit, zeg maar. Enkel te voet kan je nog dieper de wouden in, opzoek naar een wilderniservaring.
De dorpjes onderweg stralen settlers-geschiedenis uit en bevatten nog luttele resten van wat de goudzoekers ooit hierheen bracht.
Binnendoor “taffelden” we Nelson Region tegemoet, gelegen in ‘t topje van het eiland. We ontdekten fraaie (wild)kampeerplekjes, vlak aan Golden Bay. Zo kwamen we onlangs als bij toeval uit bij een baaitje binnenin de Gouden Baai. We waren al een tijdje aan ’t zoeken naar een plaatske en probeerden zijstraatjes van de highway, in de richting van de zee. Na menigeen weggetje te zijn ingedraaid, vonden we, na een klein stukje hobbelweg, een gemoedelijke stek voor de nacht. De schoonheid van dit ongerept stukje natuur hield ons daar vier maal eb en vier maal vloed lang. Lezen, thee & een avondmaal koken, wandelen, zwemmen en een ketting maken van allerhande schelpen en slakkenhuisjes, deed de klok gezwind haar wijzers draaien. Althans, zo leek het toch. Snelheid- en tijdsbeleving is relatief. Cape Farewell toonde ons haar schoonste stranden, stranden die we tot de beste ooit gezien rekenen! Het water, kristalhelder, nodigt uit voor een zwempartij.
Momenteel reizen we gestaag verder in de richting van de Marlborough Sounds en hopen op die manier een beetje de hordes toeristen uit onze buurlanden (én Israël!) te vermijden. Eerlijk is eerlijk, daarom zijn we niet aan de andere kant van onze planeet, moeder aarde.
Als ik dit lees barst het zweet uit en maak ik een ommetje. Rond m'n bureau, welteverstaan :)
BeantwoordenVerwijderenVeel plezier,
Jeroen
Hej jor,
BeantwoordenVerwijderenNet gehoord op de radio dat de aarde in het zuiden van N Zeeland flink heeft gebeefd. Zijn jullie in orde?
Mattias
We hebben gebeld met de ouders van Manuela en zijn blij dat jullie ongedeerd zijn. Moet wel schrikken geweest zijn !
BeantwoordenVerwijderenProbeer er toch nog het beste van te maken en alvast veel succes met het volgende avontuur.
Marie-Rose