woensdag 2 februari 2011

11 Stapvoets de horizon voorbij...

De Nieuw Zeelandse gastvrijheid en een ‘easy going’-attitude blijven ons keer op keer verbazen. Het is… zo normaal… het leven kán eenvoudig zijn, zo lijkt. Geen stress hebben doet veel met een mens.
De afgelopen twee weken zijn we van Fiordland naar het absolute zuiden gereisd en via The Catlins Coast terug naar het binnenland gegaan. Het plan was ook de natuur te gaan ontdekken op Stewart Island, maar een uitloper van een cycloon deed ons van gedacht veranderen… nuja, op reis wordt je eigenlijk voortdurend geleid door het lot. Geleid door toeval en geluk. Geleid door intuïtie en omstandigheden…

De zuidkust, met name The Catlins, verraste ons het allermeeste met de (Yellow-Eyed) pinguïns die ’s avonds -na een dag jagen- één voor één op de rotsen aan land gaan, de Hector-dolfijnen zien zwemmen en zeeleeuwen horen brullen nabij Cannibal Bay (zie foto’s). Zeker deze laatste vanuit de duinen observeren en vanop een afstand voorbij gaan op ’t strand doet iets met een mens.
De ijskoude zuiderwind -niet van Spanje of de Azoren als thuis, maar recht van Antarctica!- blies ons van tijd bijna van onze sokken, doch de zon scheen terug zodat we weer wisten dat het zomer was in januari.

Het binnenland trok ons aan als een magneet. Ons pad liep door kleine dorpjes met een rijke goudzoekersgeschiedenis, langsheen rotsige maanlandschappen met zicht op wilde rivieren die slingerend canyons vormen, langs wijngaarden en door groene valleien vol grazende schapen… op de baan amper verkeer. Nieuw Zeeland op z’n mooist.

Een tip van Maureen bracht ons in Kinloch, ten noorden van het grote S-vormige Lake Wakatipu. Na een nacht in de lodge (dat tot erfgoed gerekend mag worden als één van ’s lands oudste herbergen), startten we de Routeburn Track, dat in ’t rijtje staat van de zeven Great Walks die het land rijk is. Met het plan om aansluitend een andere driedaagse hike te doen, waren onze rugzakken goed van kilo’s voorzien. Dichtbegroeide regenwouden en sub-alpinegebied (de boomgrens voorbij) zorgden samen met een minimum aan lichamelijke ongemakken voor een schitterende tocht voor ons beiden, zeker na een harde verwelkoming in de wereld van tramping [zie blogbericht 8]. We hadden de eerste en derde dag regen, maar de dag van de klim over Harris Saddle was schitterend. Vanop de top, zowaar de grens tussen de nationale parken Mount Aspiring & Fiordland, konden we zelfs de Tasmaanse zee zien. Zalig! Helaas waren de laatste weersvoorspellingen te slecht om nog drie dagen extra te doen. We kampeerden, dus de kans op natte slaapzakken & kleren was te groot en daarom hebben we unaniem het besluit genomen het bij de Routeburn te houden. Alleen, dit had wel logistieke consequenties: het einde van de tocht was 350km van ons busje verwijderd…

Uitgeregend begonnen we te liften op onze sandalen. In onze handen natte schoenen, in gedachten flitsen landschappen voorbij; de landschappen van de afgelopen dagen.
Uiteindelijk hebben we de afstand met amper twee lifts, van collega-reizigers in kampeerbusjes, overbrugd. En dat slechts in een namiddag, wetende dat Kinloch, dat uit niet meer dan de lodge en een huis of drie bestaat, het allerlaatse dorpje is op een doodlopende gravelweg. De laatste 9km om hier te geraken is een vreselijke, eeuwig durende wasbordweg. Bluegrass-liefhebbers uit The States brachten ons naar onze terminus. Liggend in de hot tub, nagenietend, met de blik op het water & de bergen is de beloning groot. We hebben ongelooflijk veel chance gehad!


Na twee dagen ultieme ontspanning in Kinloch, doorkruisen we centraal-Otago opweg naar de oostkust.


vele groeten uit Otago Peninsula,
J&L


PS: nog niet zo lang geleden hebben we van de immigratiediensten het geweldige nieuws gekregen dat onze beide visa verlengd zijn tot en met 16 mei. Op 3april vliegen we naar Bali.

2 opmerkingen:

  1. wat worden wij weer verwend met prachtige foto's en een prachtig relaas. jullie houden het echt wel boeiend.
    dikke kussen ,
    Nancy

    BeantwoordenVerwijderen
  2. hey,
    het is zalig jullie verslagen te lezen en ondertussen herinneringen op te halen aan onze eigen reizen, ondertussen al 16 en 11 jaar geleden. Hopelijk is Joris zijn voet ondertussen genezen, houden de sandflies zich wat koest en krijgen jullie nog veel tips en hulp van de plaatselijke bevolking want dat is toch echt wel super hé.

    Dikke kus van Marie-Rose en groetjes van Herman en Enzo

    BeantwoordenVerwijderen